ECLI:NL:PHR:2013:826 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 12/05731 Zitting: 3 september 2013 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem. 2. Het middel komt tevergeefs op tegen het gemotiveerde oordeel van het Hof dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de beide agenten het leven zouden verliezen. Dat oordeel is, gelet op in het bijzonder de aard van de gedraging (telkens met een BMW inrijden op een tegemoetkomende motor rijdende agent) en in aanmerking genomen het globale karakter van het onderhavige kansoordeel, geenszins onbegrijpelijk. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2013:826 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 12/05731 Zitting: 3 september 2013 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem. 2. Het middel komt tevergeefs op tegen het gemotiveerde oordeel van het Hof dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de beide agenten het leven zouden verliezen. Dat oordeel is, gelet op in het bijzonder de aard van de gedraging (telkens met een BMW inrijden op een tegemoetkomende motor rijdende agent) en in aanmerking genomen het globale karakter van het onderhavige kansoordeel, geenszins onbegrijpelijk. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG
Full text
Nr. 12/05731 Zitting: 3 september 2013 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem. 2. Het middel komt tevergeefs op tegen het gemotiveerde oordeel van het Hof dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de beide agenten het leven zouden verliezen. Dat oordeel is, gelet op in het bijzonder de aard van de gedraging (telkens met een BMW inrijden op een tegemoetkomende motor rijdende agent) en in aanmerking genomen het globale karakter van het onderhavige kansoordeel, geenszins onbegrijpelijk. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG