Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2013:825 ECLI:NL:PHR:2013:825 AI generated

ECLI:NL:PHR:2013:825 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2013:825
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 12/05918 Zitting: 3 september 2013 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem. 2. Nu het Hof de bewezenverklaring bepaald niet alleen heeft doen steunen op het DNA-spoor waarop het middel betrekking heeft, vergde de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv niet dat het Hof expliciet uiteenzette waarom het aan het daarop betrekking hebbende verweer, waarin enkel een beroep is gedaan op theoretische mogelijkheden, voorbijging. De gemotiveerde bewezenverklaring bevat voldoende aanknopingspunten die dat begrijpelijk maken. Dat wordt niet anders doordat ook nog is aangevoerd dat verdachte geen motief had. Een en ander brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG

Legislator headnote

AI generated

art. 359 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2013:825 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 12/05918 Zitting: 3 september 2013 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem. 2. Nu het Hof de bewezenverklaring bepaald niet alleen heeft doen steunen op het DNA-spoor waarop het middel betrekking heeft, vergde de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv niet dat het Hof expliciet uiteenzette waarom het aan het daarop betrekking hebbende verweer, waarin enkel een beroep is gedaan op theoretische mogelijkheden, voorbijging. De gemotiveerde bewezenverklaring bevat voldoende aanknopingspunten die dat begrijpelijk maken. Dat wordt niet anders doordat ook nog is aangevoerd dat verdachte geen motief had. Een en ander brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG

Keywords

AI generated
art. 359 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 359 lid 2 Sv

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 12/05918 Zitting: 3 september 2013 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem. 2. Nu het Hof de bewezenverklaring bepaald niet alleen heeft doen steunen op het DNA-spoor waarop het middel betrekking heeft, vergde de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv niet dat het Hof expliciet uiteenzette waarom het aan het daarop betrekking hebbende verweer, waarin enkel een beroep is gedaan op theoretische mogelijkheden, voorbijging. De gemotiveerde bewezenverklaring bevat voldoende aanknopingspunten die dat begrijpelijk maken. Dat wordt niet anders doordat ook nog is aangevoerd dat verdachte geen motief had. Een en ander brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG