Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2013:730 ECLI:NL:PHR:2013:730 AI generated

ECLI:NL:PHR:2013:730 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2013:730
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 11/02624 Zitting: 4 juni 2013 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte] 1. Verzoeker is bij arrest van 24 mei 2011 door het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage wegens de in dat arrest omschreven feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 86 maanden en een geldboete van € 10.000,-, subsidiair 85 hechtenis. Tevens heeft het Hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een paspoort en de vordering tot verbeurdverklaring afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2013:730 · Parket bij de Hoge Raad: Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens verzoeker niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 11/02624 Zitting: 4 juni 2013 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte] 1. Verzoeker is bij arrest van 24 mei 2011 door het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage wegens de in dat arrest omschreven feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 86 maanden en een geldboete van € 10.000,-, subsidiair 85 hechtenis. Tevens heeft het Hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een paspoort en de vordering tot verbeurdverklaring afgewezen.

2. Deze zaak hangt samen met de zaken met de griffienummers 11/02762 en 11/02769, in welke zaken ik heden eveneens concludeer.

3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens verzoeker niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend.

4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de vorenbedoelde aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG