ECLI:NL:PHR:2013:47 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 12/02365 Mr. Aben Zitting 14 mei 2013 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 20 maart 2012 de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaren en 6 maanden. Het arrest bevat voorts een aantal bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld. 2. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. De aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv is geldig betekend, maar de raadsman van de verdachte, mr. G. Spong, heeft bij brief van 13 september 2012 laten weten dat namens de verdachte geen middelen van cassatie zullen worden voorgesteld. 3.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2013:47 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 12/02365 Mr. Aben Zitting 14 mei 2013 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 20 maart 2012 de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaren en 6 maanden. Het arrest bevat voorts een aantal bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld. 2. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. De aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv is geldig betekend, maar de raadsman van de verdachte, mr. G. Spong, heeft bij brief van 13 september 2012 laten weten dat namens de verdachte geen middelen van cassatie zullen worden voorgesteld. 3.
Full text
Nr. 12/02365 Mr. Aben Zitting 14 mei 2013 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof te Leeuwarden heeft bij arrest van 20 maart 2012 de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaren en 6 maanden. Het arrest bevat voorts een aantal bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld. 2. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. De aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, Sv is geldig betekend, maar de raadsman van de verdachte, mr. G. Spong, heeft bij brief van 13 september 2012 laten weten dat namens de verdachte geen middelen van cassatie zullen worden voorgesteld. 3.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Deze zaak hangt samen met de zaak 12/02798 van mede verdachte [medeverdachte].