ECLI:NL:PHR:2013:2392 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedMr Jörg Nr. 12/02632 Zitting 10 december 2013 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatie beroep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden. De Hoge Raad heeft eerder een arrest betreffende de verdachte gedeeltelijk vernietigd (HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR: 2011:BQ0050). Namens de verdachte is tijdig een cassatiemiddel voorgesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2013:2392 · Parket bij de Hoge Raad: Mr Jörg Nr. 12/02632 Zitting 10 december 2013 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatie beroep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden. De Hoge Raad heeft eerder een arrest betreffende de verdachte gedeeltelijk vernietigd (HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR: 2011:BQ0050). Namens de verdachte is tijdig een cassatiemiddel voorgesteld.
Full text
Mr Jörg Nr. 12/02632 Zitting 10 december 2013 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatie beroep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden. De Hoge Raad heeft eerder een arrest betreffende de verdachte gedeeltelijk vernietigd (HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR: 2011:BQ0050). Namens de verdachte is tijdig een cassatiemiddel voorgesteld.
2. Het middel bevat de klacht dat het Hof de tenuitvoerlegging heeft gelast van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, zonder die beslissing te motiveren.
3. Zoals in het middel valt te lezen heeft het Hof die beslissingen “ten overvloede" gegeven. Het gaat om beslissingen die reeds onherroepelijk waren geworden doordat de cassatie van 's Hofs arrest niet betrekking had op deze beslissingen. Op p. 6 van het onderhavige arrest verwijst het Hof naar zijn arrest van 8 september 2009. Het is ingegaan op een uitnodiging van de advocaat-generaal tot het verschaffen van duidelijkheid aan degenen die met de tenuitvoerlegging van de arresten van het Hof zijn belast.
4. Het voorgaande brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
5. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden Waarnemend A-G