ECLI:NL:PHR:2013:2113 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 12/04782 Zitting: 29 oktober 2013 Mr. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 25 september 2012 verdachte wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2013:2113 · Parket bij de Hoge Raad: Namens verdachte heeft mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, op 1 oktober 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 25 februari 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Full text
Nr. 12/04782 Zitting: 29 oktober 2013 Mr. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 25 september 2012 verdachte wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken 12/03864, 12/03868, 12/03937, 12/04754, 12/04755, 12/05995, 13/00013 en 13/00014, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, op 1 oktober 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 25 februari 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG