ECLI:NL:PHR:2013:1557 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 13/00598 Zitting: 12 november 2013 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 29 januari 2013. 2. Het middel berust op de stelling dat het bewijs van het bewezenverklaarde feit uitsluitend of in beslissende mate berust op de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Gelet op de ook voor het bewijs gebezigde verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] is dit niet juist. Het middel mist derhalve feitelijke grondslag. 3. De aangevoerde klachten rechtvaardigen geen behandeling in cassatie, omdat de klachten – zoals het voorgaande volgt – klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2013:1557 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 13/00598 Zitting: 12 november 2013 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 29 januari 2013. 2. Het middel berust op de stelling dat het bewijs van het bewezenverklaarde feit uitsluitend of in beslissende mate berust op de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Gelet op de ook voor het bewijs gebezigde verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] is dit niet juist. Het middel mist derhalve feitelijke grondslag. 3. De aangevoerde klachten rechtvaardigen geen behandeling in cassatie, omdat de klachten – zoals het voorgaande volgt – klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Full text
Nr. 13/00598 Zitting: 12 november 2013 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 29 januari 2013. 2. Het middel berust op de stelling dat het bewijs van het bewezenverklaarde feit uitsluitend of in beslissende mate berust op de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Gelet op de ook voor het bewijs gebezigde verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] is dit niet juist. Het middel mist derhalve feitelijke grondslag. 3. De aangevoerde klachten rechtvaardigen geen behandeling in cassatie, omdat de klachten – zoals het voorgaande volgt – klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG