Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2012:BY2803 ECLI:NL:PHR:2012:BY2803 AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BY2803 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2012:BY2803
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 11/02149 Mr. Vegter Zitting 9 oktober 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 6 april 2011 wegens "Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

Legislator headnote

AI generated

art. 27 Sr; ECLI:NL:PHR:2012:BY2803 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 11/02149 Mr. Vegter Zitting 9 oktober 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 6 april 2011 wegens "Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

Keywords

AI generated
art. 27 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 27 Sr

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 11/02149 Mr. Vegter Zitting 9 oktober 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 6 april 2011 wegens "Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 450,-, subsidiair 9 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

2. Namens de verdachte heeft mr. M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel, dat klaagt over de verwerping van een beroep op bewijsuitsluiting en het daarin besloten liggende oordeel dat de woning van de verdachte rechtmatig is doorzocht, is evident kansloos omdat die verwerping geenszins onbegrijpelijk gemotiveerd is.(1) Het middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden 4. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Dit soort klachten kunnen in de toekomst worden afgedaan met art. 80a RO, vgl. HR 11 september 2012, LJN BX7004, rov. 2.3.2.