Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2012:BY2577 ECLI:NL:PHR:2012:BY2577 AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BY2577 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2012:BY2577
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Ontvankelijkheid cassatieberoep 1.1 Het hof 's-Gravenhage heeft bij arrest van 11 september 2012 het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 april 2012 bekrachtigd, waarin het verzoek van verzoekster tot cassatie om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling is afgewezen. Het hof is van oordeel dat niet alleen niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat verzoekster tot cassatie te goeder trouw is geweest ter zake van het ontstaan en/of laten onbetaald laten van zekere schulden (rov. 5), maar ook dat zij haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven (rov. 6). 1.2 Met een verzoekschrift van 18 september 2012, derhalve tijdig, is verzoekster van het arrest van het hof in cassatie gekomen. 1.3 Het cassatieberoep is op grond van artikel 80a Ro niet-ontvankelijk te achten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BY2577 · Parket bij de Hoge Raad: Zaaknummer: 12/04459 mr. Wuisman Rolzitting: 19 oktober 2012 CONCLUSIE inzake: [Verzoekster], verzoekster tot cassatie, advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Zaaknummer: 12/04459 mr. Wuisman Rolzitting: 19 oktober 2012 CONCLUSIE inzake: [Verzoekster], verzoekster tot cassatie, advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

1. Ontvankelijkheid cassatieberoep 1.1 Het hof 's-Gravenhage heeft bij arrest van 11 september 2012 het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 april 2012 bekrachtigd, waarin het verzoek van verzoekster tot cassatie om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling is afgewezen. Het hof is van oordeel dat niet alleen niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat verzoekster tot cassatie te goeder trouw is geweest ter zake van het ontstaan en/of laten onbetaald laten van zekere schulden (rov. 5), maar ook dat zij haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven (rov. 6). 1.2 Met een verzoekschrift van 18 september 2012, derhalve tijdig, is verzoekster van het arrest van het hof in cassatie gekomen. 1.3 Het cassatieberoep is op grond van artikel 80a Ro niet-ontvankelijk te achten.

In het verzoekschrift tot cassatie wordt niet, althans niet op voldoende duidelijk wijze, geklaagd over het oordeel in rov. 6 dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat verzoekster tot cassatie haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Reeds dit oordeel kan de bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank Rotterdam ten volle dragen. Het cassatieberoep zal dan ook niet kunnen slagen.

2. Conclusie De conclusie strekt tot het niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op grond van artikel 80a Ro. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden