Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2012:BX8010 ECLI:NL:PHR:2012:BX8010 AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BX8010 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2012:BX8010
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 11/00788 Mr. Vegter Zitting: 4 september 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 3 februari 2011 verdachte wegens A onder 1. "diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, hetzij aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 6 maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het Hof een aantal beslissingen genomen betreffende enkele in beslag genomen voorwerpen, als in het arrest omschreven. Daarnaast heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van een eerder aan verdachte voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Legislator headnote

AI generated

art. 27 Sr; ECLI:NL:PHR:2012:BX8010 · Parket bij de Hoge Raad: Namens verdachte heeft mr. M. Lochs, advocaat te Amsterdam, op 15 februari 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 11 januari 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.

Keywords

AI generated
art. 27 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 27 Sr

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 11/00788 Mr. Vegter Zitting: 4 september 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 3 februari 2011 verdachte wegens A onder 1. "diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, hetzij aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 6 maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het Hof een aantal beslissingen genomen betreffende enkele in beslag genomen voorwerpen, als in het arrest omschreven. Daarnaast heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van een eerder aan verdachte voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 1] (11/00798) en [medeverdachte 3] (11/05751), waarin ik vandaag eveneens concludeer.

3. Namens verdachte heeft mr. M. Lochs, advocaat te Amsterdam, op 15 februari 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 11 januari 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG