ECLI:NL:PHR:2012:BX6962 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedZaaknr. 11/03153 Mr. Huydecoper Zitting van 7 september 2012 Aanvullende conclusie inzake 1. [De man] 2. [De vrouw] verzoekers tot cassatie tegen 1. de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Rijnmond, locatie Rotterdam 2. de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland verweerders in cassatie 1. In deze zaak is door mij geconcludeerd op 2 maart 2012. In de vervolgens gegeven beschikking van 1 juni 2012, NJ 2012, 342, rechtspraak.nl LJN BV8216, heeft de Hoge Raad oproeping bevolen van de moeder van de minderjarige [de minderjarige], als belanghebbende. Deze oproeping heeft inmiddels plaatsgehad. De moeder van de minderjarige heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar mening over het cassatieberoep kenbaar te maken.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2012:BX6962 · Parket bij de Hoge Raad: Zaaknr. 11/03153 Mr. Huydecoper Zitting van 7 september 2012 Aanvullende conclusie inzake 1. [De man] 2. [De vrouw] verzoekers tot cassatie tegen 1. de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Rijnmond, locatie Rotterdam 2. de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland verweerders in cassatie 1. In deze zaak is door mij geconcludeerd op 2 maart 2012. In de vervolgens gegeven beschikking van 1 juni 2012, NJ 2012, 342, rechtspraak.nl LJN BV8216, heeft de Hoge Raad oproeping bevolen van de moeder van de minderjarige [de minderjarige], als belanghebbende. Deze oproeping heeft inmiddels plaatsgehad. De moeder van de minderjarige heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar mening over het cassatieberoep kenbaar te maken.
Full text
Zaaknr. 11/03153 Mr. Huydecoper Zitting van 7 september 2012 Aanvullende conclusie inzake 1. [De man] 2. [De vrouw] verzoekers tot cassatie tegen 1. de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Rijnmond, locatie Rotterdam 2. de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland verweerders in cassatie 1. In deze zaak is door mij geconcludeerd op 2 maart 2012. In de vervolgens gegeven beschikking van 1 juni 2012, NJ 2012, 342, rechtspraak.nl LJN BV8216, heeft de Hoge Raad oproeping bevolen van de moeder van de minderjarige [de minderjarige], als belanghebbende. Deze oproeping heeft inmiddels plaatsgehad. De moeder van de minderjarige heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar mening over het cassatieberoep kenbaar te maken.
2. In de op 2 maart jl. genomen conclusie heb ik uiteengezet dat de aangevoerde cassatiemiddelen volgens mij ongegrond waren. Er zijn sedert die conclusie geen argumenten of gegevens anderszins aan de orde gesteld die mij aanleiding geven om anders te concluderen, dan in die conclusie werd verdedigd; met dien verstande dat die conclusie uitmondde in het advies, de moeder van [de minderjarige] alsnog op te roepen. Nu dat inmiddels gebeurd is, moet de conclusie thans luiden, zoals hieronder weergegeven. Conclusie Ik concludeer tot verwerping. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden