ECLI:NL:PHR:2012:BX6934 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 11/05477 Mr. Knigge Zitting: 28 augustus 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 26 mei 2011 verdachte wegens "medeplegen van moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaren. Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2012:BX6934 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel 4.1. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring van "voorbedachten rade" en "opzet". 4.2. Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging aangevoerd dat sprake is geweest van een noodlottig ongeluk bij een voorgenomen bedreiging met een zwaar hakmes. De verdachte zou ongelukkigerwijs zijn balans hebben verloren en het slachtoffer met enige snelheid met het zware mes hebben geraakt in de nek, waardoor het dodelijk letsel is opgetreden. 4.3. Het Hof heeft het verweer voorzover inhoudende dat geen sprake is geweest van voorbedachten rade gemotiveerd verworpen, terwijl voorts uit de gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring (met inbegrip van het opzet) kan worden afgeleid.
Full text
Nr. 11/05477 Mr. Knigge Zitting: 28 augustus 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 26 mei 2011 verdachte wegens "medeplegen van moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaren. Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.(1) 3. Namens verdachte heeft mr. S.V. Jansen, advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel 4.1. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring van "voorbedachten rade" en "opzet". 4.2. Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging aangevoerd dat sprake is geweest van een noodlottig ongeluk bij een voorgenomen bedreiging met een zwaar hakmes. De verdachte zou ongelukkigerwijs zijn balans hebben verloren en het slachtoffer met enige snelheid met het zware mes hebben geraakt in de nek, waardoor het dodelijk letsel is opgetreden. 4.3. Het Hof heeft het verweer voorzover inhoudende dat geen sprake is geweest van voorbedachten rade gemotiveerd verworpen, terwijl voorts uit de gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring (met inbegrip van het opzet) kan worden afgeleid.
Niet onbegrijpelijk is dat het Hof heeft geconcludeerd dat de verdachte handelde met opzet en met voorbedachten rade. Dat de steller van het middel kennelijk een andere selectie en waardering van de bewijsmiddelen voor ogen staat, doet daar niet aan af. Het middel miskent dat die selectie en waardering is voorbehouden aan de feitenrechter en dat die selectie en waardering in het algemeen geen motivering behoeft.
5. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG 1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (11/02598), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.