Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2012:BW8680 ECLI:NL:PHR:2012:BW8680 AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BW8680 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2012:BW8680
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 10/04310 Mr. Silvis Zitting 17 april 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is bij arrest van 26 augustus 2010 door het Gerechtshof te Amsterdam wegens "belaging" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van drie jaar, en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal opnemen met aangever, alsmede tot 70 uur taakstraf bestaande uit een werkstraf, subsidiair 35 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf en de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een daarmee corresponderende schadevergoedingsmaatregel opgelegd. .

Legislator headnote

AI generated

Art. 14b lid 2 Sr; ECLI:NL:PHR:2012:BW8680 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel is terecht voorgesteld. Het Hof heeft verdachte onder meer veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van drie jaar, met de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal opnemen met aangever. Een contactverbod is een bijzondere voorwaarde , het gedrag van de veroordeelde betreffende, zoals bedoeld in art. 14c lid 2 onder 5 Sr. Art. 14b lid 2 Sr(1) houdt in dat de proeftijd in, onder meer, artikel 14c lid 2 onder 5 ten hoogste twee jaar bedraagt.

Keywords

AI generated
Art. 14b lid 2 Sr

Cited Legislation

AI generated
Art. 14b lid 2 Sr
Art. 14b lid 2 Sr(1) houdt in dat de proeftijd in, onder meer, artikel 14c lid 2 onder 5 ten hoogste twee jaar bedraagt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 10/04310 Mr. Silvis Zitting 17 april 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is bij arrest van 26 augustus 2010 door het Gerechtshof te Amsterdam wegens "belaging" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van drie jaar, en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal opnemen met aangever, alsmede tot 70 uur taakstraf bestaande uit een werkstraf, subsidiair 35 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf en de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een daarmee corresponderende schadevergoedingsmaatregel opgelegd. .

2. Namens verdachte heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het hof de proeftijd ten onrechte heeft gesteld op drie jaar, nu het immers gaat om een bijzondere voorwaarde die het gedrag van de veroordeelde betreft, en de toepasselijke maximum proeftijd twee jaar bedraagt.

4. Het middel is terecht voorgesteld. Het Hof heeft verdachte onder meer veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van drie jaar, met de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal opnemen met aangever. Een contactverbod is een bijzondere voorwaarde , het gedrag van de veroordeelde betreffende, zoals bedoeld in art. 14c lid 2 onder 5 Sr. Art. 14b lid 2 Sr(1) houdt in dat de proeftijd in, onder meer, artikel 14c lid 2 onder 5 ten hoogste twee jaar bedraagt.

5. Het Hof heeft derhalve ten onrechte een proeftijd van drie jaar opgelegd. De Hoge Raad kan deze misslag zelf herstellen.(2) 6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het hof een proeftijd van drie jaar heeft vastgesteld, onder bepaling dat de proeftijd wordt vastgesteld op twee jaar, met verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Zoals dat luidt na de wijziging bij Wet van 26 november 2009, Stb. 525, 11 (i.w.tr. op 1 april 2010). 2 Vgl. HR 21 december 2010, LJN: BN9210.