ECLI:NL:PHR:2012:BW2470 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 10/02675 P(1) Mr. Silvis Zitting 6 maart 2012 Conclusie inzake: [Betrokkene] 1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft bij uitspraak van 1 november 2005 aan betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van 1300 euro opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Namens betrokkene is niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Betrokkene kan derhalve niet ontvangen worden in zijn cassatieberoep. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in zijn beroep in cassatie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen betrokkene 10/02668, waarin ik heden eveneens concludeer.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2012:BW2470 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 10/02675 P(1) Mr. Silvis Zitting 6 maart 2012 Conclusie inzake: [Betrokkene] 1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft bij uitspraak van 1 november 2005 aan betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van 1300 euro opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Namens betrokkene is niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Betrokkene kan derhalve niet ontvangen worden in zijn cassatieberoep. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in zijn beroep in cassatie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen betrokkene 10/02668, waarin ik heden eveneens concludeer.
Full text
Nr. 10/02675 P(1) Mr. Silvis Zitting 6 maart 2012 Conclusie inzake: [Betrokkene] 1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft bij uitspraak van 1 november 2005 aan betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van 1300 euro opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Namens betrokkene is niet tijdig door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Betrokkene kan derhalve niet ontvangen worden in zijn cassatieberoep. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in zijn beroep in cassatie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen betrokkene 10/02668, waarin ik heden eveneens concludeer.