Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2012:BV0638 ECLI:NL:PHR:2012:BV0638 AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BV0638 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2012:BV0638
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

10/04122 Mr. L. Timmerman Zitting: 6 januari 2012 Conclusie inzake: Framroad Ltd. eiseres tot cassatie, (hierna: Framroad) Tegen [Verweerder] verweerder in cassatie, Dit cassatieberoep is een vervolg op een op 23 januari 2009 door de Hoge Raad gewezen arrest.(1) In die cassatieprocedure stond de vraag centraal of de niet op schrift gestelde arbeidsovereenkomst tussen [verweerder] en H.W. Gerhardt (hierna: Gerhardt) arbeidsovereenkomst is in de zin van art. 8:211 onder b BW gelet op het vereiste in art. 398 lid 1 K. dat een arbeidsovereenkomst tussen een zeewerkgever en een schepeling op straffe van nietigheid schriftelijk moet worden aangegaan.

Legislator headnote

AI generated

art. 8:219 BW; ECLI:NL:PHR:2012:BV0638 · Parket bij de Hoge Raad: 10/04122 Mr. L. Timmerman Zitting: 6 januari 2012 Conclusie inzake: Framroad Ltd. eiseres tot cassatie, (hierna: Framroad) Tegen [Verweerder] verweerder in cassatie, Dit cassatieberoep is een vervolg op een op 23 januari 2009 door de Hoge Raad gewezen arrest.(1) In die cassatieprocedure stond de vraag centraal of de niet op schrift gestelde arbeidsovereenkomst tussen [verweerder] en H.W. Gerhardt (hierna: Gerhardt) arbeidsovereenkomst is in de zin van art. 8:211 onder b BW gelet op het vereiste in art. 398 lid 1 K. dat een arbeidsovereenkomst tussen een zeewerkgever en een schepeling op straffe van nietigheid schriftelijk moet worden aangegaan.

Keywords

AI generated
art. 8:219 BW

Cited Legislation

AI generated
art. 8:219 BW
In het voorliggende cassatieberoep ligt de vraag voor wanneer een vordering "in rechte geldend" is gemaakt in de zin van art. 8:219 BW en, in dat verband, jegens wie de schuldeiser zijn vordering in rechte geldend moet hebben gemaakt, wil de vervaltermijn ex art.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

10/04122 Mr. L. Timmerman Zitting: 6 januari 2012 Conclusie inzake: Framroad Ltd. eiseres tot cassatie, (hierna: Framroad) Tegen [Verweerder] verweerder in cassatie, Dit cassatieberoep is een vervolg op een op 23 januari 2009 door de Hoge Raad gewezen arrest.(1) In die cassatieprocedure stond de vraag centraal of de niet op schrift gestelde arbeidsovereenkomst tussen [verweerder] en H.W. Gerhardt (hierna: Gerhardt) arbeidsovereenkomst is in de zin van art. 8:211 onder b BW gelet op het vereiste in art. 398 lid 1 K. dat een arbeidsovereenkomst tussen een zeewerkgever en een schepeling op straffe van nietigheid schriftelijk moet worden aangegaan.

De Hoge Raad beantwoordde deze vraag bevestigend. In het voorliggende cassatieberoep ligt de vraag voor wanneer een vordering "in rechte geldend" is gemaakt in de zin van art. 8:219 BW en, in dat verband, jegens wie de schuldeiser zijn vordering in rechte geldend moet hebben gemaakt, wil de vervaltermijn ex art. 8:219 BW gestuit zijn. Aan bespreking van deze vraag kan m.i. worden niet toegekomen, omdat niet tijdig in cassatie is opgekomen tegen het te bestrijden arrest. Het betreft hier een kortgedingprocedure. Ingevolge art. 402 lid 2 juncto 339 lid 2 Rv bedraagt de cassatietermijn acht weken.

Het bestreden arrest dateert van 18 mei 2010. De cassatiedagvaarding is eerst op 17 augustus 2010 uitgebracht, (ruimschoots) na het verstrijken van de cassatietermijn. Om die reden dient Framroad niet-ontvankelijk te worden verklaard. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van Framroad in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G 1 LJN BG3588, NJ 2009, 71.