Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2012:BU9887 ECLI:NL:PHR:2012:BU9887 AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BU9887 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2012:BU9887
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

11/04678 Mr. F.F. Langemeijer 23 december 2011 Conclusie inzake: [Verzoeker] tegen 1. [Verweerster 1], 2. [Verweerster 2], 3. [Verweerder 3], 4. [Verweerster 4], 5. [Verweerder 5], 6. [Verweerster 6], 7. [Verweerder 7], 1. In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 6 september 2011 is [verzoeker] (hierna: de gefailleerde) op verzoek van [verweeder] c.s. in staat van faillissement verklaard.

Legislator headnote

AI generated

art. 426a lid 1 Rv; ECLI:NL:PHR:2012:BU9887 · Parket bij de Hoge Raad: Het cassatieverzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. Het is niet getekend door een advocaat bij de Hoge Raad(1). Dit gebrek kon binnen twee weken worden hersteld door indiening van een exemplaar van hetzelfde verzoekschrift, alsnog getekend door een advocaat bij de Hoge Raad(2). Het verzuim is evenwel niet hersteld. Op deze grond kan de gefailleerde niet worden ontvangen in zijn cassatieberoep.

Keywords

AI generated
art. 426a lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 426a lid 1 Rv
Het cassatieverzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv.

Cited Case Law

AI generated
NJ 2011/479
2 HR 14 oktober 2011 (LJN: BT7586), NJ 2011/479; HR 10 juli 2009 (LJN BI0773), NJ 2010/212 m.nt.
NJ 2010/212
2 HR 14 oktober 2011 (LJN: BT7586), NJ 2011/479; HR 10 juli 2009 (LJN BI0773), NJ 2010/212 m.nt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11/04678 Mr. F.F. Langemeijer 23 december 2011 Conclusie inzake: [Verzoeker] tegen 1. [Verweerster 1], 2. [Verweerster 2], 3. [Verweerder 3], 4. [Verweerster 4], 5. [Verweerder 5], 6. [Verweerster 6], 7. [Verweerder 7], 1. In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 6 september 2011 is [verzoeker] (hierna: de gefailleerde) op verzoek van [verweeder] c.s. in staat van faillissement verklaard.

2. Bij een op 12 september 2011 bij het hof ingekomen verzoekschrift heeft de gefailleerde hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 20 oktober 2011 heeft het hof hem niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek in hoger beroep.

3. Bij verzoekschrift, ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 25 oktober 2011, heeft een advocaat die kantoor houdt te Utrecht namens de gefailleerde beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof.

4. Het cassatieverzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. Het is niet getekend door een advocaat bij de Hoge Raad(1). Dit gebrek kon binnen twee weken worden hersteld door indiening van een exemplaar van hetzelfde verzoekschrift, alsnog getekend door een advocaat bij de Hoge Raad(2). Het verzuim is evenwel niet hersteld. Op deze grond kan de gefailleerde niet worden ontvangen in zijn cassatieberoep.

5. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, a. - g. 1 Blijkens de rolkaart is de betrokken advocaat op 27 oktober 2011 telefonisch door de griffie op dit vormverzuim geattendeerd. 2 HR 14 oktober 2011 (LJN: BT7586), NJ 2011/479; HR 10 juli 2009 (LJN BI0773), NJ 2010/212 m.nt. H.J. Snijders.