Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2012:BU4000 ECLI:NL:PHR:2012:BU4000 AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BU4000 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2012:BU4000
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 11/01356 Mr. Vellinga Zitting: 8 november 2011 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft - behoudens ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan - bij arrest van 25 oktober 2010, onder aanvulling van gronden ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1], bevestigd het vonnis van de Rechtbank te Dordrecht - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - waarbij verdachte wegens "1. Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" is veroordeeld, het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan vernietigd en verdachte de straf opgelegd van vijf jaren en negen maanden gevangenisstraf.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2012:BU4000 · Parket bij de Hoge Raad: Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 11/01356 Mr. Vellinga Zitting: 8 november 2011 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft - behoudens ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan - bij arrest van 25 oktober 2010, onder aanvulling van gronden ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1], bevestigd het vonnis van de Rechtbank te Dordrecht - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - waarbij verdachte wegens "1. Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" is veroordeeld, het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan vernietigd en verdachte de straf opgelegd van vijf jaren en negen maanden gevangenisstraf.

Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] toegewezen tot een bedrag van € 7.157,85 en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Voor het toegewezen bedrag is tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/01356, 11/01054 en 11/01358. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG