Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BT8768 ECLI:NL:PHR:2011:BT8768 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BT8768 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BT8768
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 10/01098(1) Mr. Silvis Zitting 11 oktober 2011 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is bij arrest van 26 februari 2010 door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, wegens "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen over inbeslaggenomen voorwerpen. 2. In deze zaak is geen schriftuur ingediend. 3. Nu verdachte niet binnen de bij wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen door een raadsman, kan verdachte niet worden ontvangen in zijn beroep in cassatie. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer S 10/01101 en de zaak met griffienummer S 10/01099, waarin heden eveneens wordt geconcludeerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BT8768 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 10/01098(1) Mr. Silvis Zitting 11 oktober 2011 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is bij arrest van 26 februari 2010 door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, wegens "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen over inbeslaggenomen voorwerpen. 2. In deze zaak is geen schriftuur ingediend. 3. Nu verdachte niet binnen de bij wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen door een raadsman, kan verdachte niet worden ontvangen in zijn beroep in cassatie. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer S 10/01101 en de zaak met griffienummer S 10/01099, waarin heden eveneens wordt geconcludeerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 10/01098(1) Mr. Silvis Zitting 11 oktober 2011 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is bij arrest van 26 februari 2010 door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, wegens "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen over inbeslaggenomen voorwerpen. 2. In deze zaak is geen schriftuur ingediend. 3. Nu verdachte niet binnen de bij wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen door een raadsman, kan verdachte niet worden ontvangen in zijn beroep in cassatie. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer S 10/01101 en de zaak met griffienummer S 10/01099, waarin heden eveneens wordt geconcludeerd.