Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BT7188 ECLI:NL:PHR:2011:BT7188 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BT7188 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BT7188
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

11/02492 mr. J. Spier Zitting 7 oktober 2011 (bij vervroeging) Verkorte conclusie inzake [Eiseres] tegen [Verweerder] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen het arrest van het Haagse Hof waarbij het arrest van datzelfde Hof, waartegen het middel in de zaak met rolnummer 10/005433 zich kant, uitvoerbaar bij voorraard is verklaard. Het beroep is tijdig ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

art. 7:272 lid 1 BW; ECLI:NL:PHR:2011:BT7188 · Parket bij de Hoge Raad: De kernklacht voert, naar ik (uit de s.t. onder 3.1 en 3.2 en onderdeel 3) begrijp, aan dat art. 7:272 lid 1 BW categorisch in de weg staat aan een uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Dit categorisch blijkt uit het onderstreepte woordje "kunnen" in onderdeel 3. Deze zo algemene stelling berust evenwel op een onjuiste rechtsopvatting; zie T&C Burgerlijk Wetboek, Boeken 6, 7 en 8 (Huydecoper) art. 7:272 aant.

Keywords

AI generated
art. 7:272 lid 1 BW

Cited Legislation

AI generated
art. 7:272 lid 1 BW
onder 3.1 en 3.2 en onderdeel 3) begrijp, aan dat art. 7:272 lid 1 BW categorisch in de weg staat aan een uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11/02492 mr. J. Spier Zitting 7 oktober 2011 (bij vervroeging) Verkorte conclusie inzake [Eiseres] tegen [Verweerder] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen het arrest van het Haagse Hof waarbij het arrest van datzelfde Hof, waartegen het middel in de zaak met rolnummer 10/005433 zich kant, uitvoerbaar bij voorraard is verklaard. Het beroep is tijdig ingesteld.

2. Blijkens de s.t. van de cassatiebezorger onder 1.7 heeft de ontruiming inmiddels plaatsgevonden.

3. De kernklacht voert, naar ik (uit de s.t. onder 3.1 en 3.2 en onderdeel 3) begrijp, aan dat art. 7:272 lid 1 BW categorisch in de weg staat aan een uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Dit categorisch blijkt uit het onderstreepte woordje "kunnen" in onderdeel 3. Deze zo algemene stelling berust evenwel op een onjuiste rechtsopvatting; zie T&C Burgerlijk Wetboek, Boeken 6, 7 en 8 (Huydecoper) art. 7:272 aant.

3. Het middel behelst niet de klacht dat in casu voor zodanige uitvoerbaar verklaring bij voorraard geen plaats was, noch ook dat het Hof zijn oordeel niet (toereikend) heeft gemotiveerd.

4. Onderdeel 7 betoogt dat geen termijn kon worden vastgesteld die al was verstreken. Die klacht mist belang omdat de ontruiming volgens de eigen stellingen van [eiseres] inmiddels heeft plaatsgevonden na het wijzen van het thans bestreden arrest, terwijl aan 's Hofs veroordeling geen dwangsom is verbonden. Conclusie Deze conclusie strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, Advocaat-Generaal