Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BT1874 ECLI:NL:PHR:2011:BT1874 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BT1874 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BT1874
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 11/01053 E Mr. Machielse Zitting 6 september 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, bij arrest van 26 mei 2010 wegens "Opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10.60 van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,-, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Legislator headnote

AI generated

art. 435 Sv, art. 437 Sv; ECLI:NL:PHR:2011:BT1874 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 11/01053 E Mr. Machielse Zitting 6 september 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, bij arrest van 26 mei 2010 wegens "Opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10.60 van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,-, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Keywords

AI generated
art. 435 Sv art. 437 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 435 Sv
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 11 maart 2011 overeenkomstig art.
art. 437 Sv
De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 10 mei 2011.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 11/01053 E Mr. Machielse Zitting 6 september 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, bij arrest van 26 mei 2010 wegens "Opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10.60 van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,-, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

2. Op 3 juni 2010 heeft mr. B.J.M. Veldhoven, advocaat te Rotterdam, cassatie ingesteld.

3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 11 maart 2011 overeenkomstig art. 530, derde lid, Sv uitgereikt aan iemand die verklaarde in dienstbetrekking te zijn van de verdachte en bereid te zijn de brief te bezorgen. De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 10 mei 2011. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen dezelfde verdachte onder nummer 11/01052 E, waarin ik vandaag eveneens concludeer.