ECLI:NL:PHR:2011:BT1865 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 11/00478 Mr. Machielse Zitting 6 september 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte bij arrest van 27 januari 2010 voor 1. "Als leider deelnemen aan een organisatie die het oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 3. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" en 5. "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd" en "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
Legislator headnote
AI generatedart. 435 lid 1 Sv, art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2011:BT1865 · Parket bij de Hoge Raad: De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 2 maart 2011 betekend. Binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden is in de zaak van verdachte geen schriftuur ontvangen. Het cassatieberoep is derhalve niet ontvankelijk.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 11/00478 Mr. Machielse Zitting 6 september 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte bij arrest van 27 januari 2010 voor 1. "Als leider deelnemen aan een organisatie die het oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 3. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" en 5. "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd" en "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
2. Mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 2 maart 2011 betekend. Binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden is in de zaak van verdachte geen schriftuur ontvangen. Het cassatieberoep is derhalve niet ontvankelijk.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Deze zaak hangt samen met de zaken 11/00461 ([medeverdachte 2]), 11/00477 ([medeverdachte 4]) en 10/00882 ([medeverdachte 3]), waarin ik vandaag ook concludeer.