Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BQ8085 ECLI:NL:PHR:2011:BQ8085 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BQ8085 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BQ8085
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

10/03789 mr J. Spier Zitting 15 april 2011 (bij vervroeging) Verkorte conclusie inzake [Eiser] tegen Ontvanger der Rijksbelastingen 1. [Eiser] heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2010. Middel 1 is onbegrijpelijk en voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. Datzelfde geldt voor de middelen 2, 3 en goeddeels 5.

Legislator headnote

AI generated

art. 407 lid 2 Rv; ECLI:NL:PHR:2011:BQ8085 · Parket bij de Hoge Raad: 10/03789 mr J. Spier Zitting 15 april 2011 (bij vervroeging) Verkorte conclusie inzake [Eiser] tegen Ontvanger der Rijksbelastingen 1. [Eiser] heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2010. Middel 1 is onbegrijpelijk en voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. Datzelfde geldt voor de middelen 2, 3 en goeddeels 5.

Keywords

AI generated
art. 407 lid 2 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 407 lid 2 Rv
Middel 1 is onbegrijpelijk en voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

10/03789 mr J. Spier Zitting 15 april 2011 (bij vervroeging) Verkorte conclusie inzake [Eiser] tegen Ontvanger der Rijksbelastingen 1. [Eiser] heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2010.

2. Middel 1 is onbegrijpelijk en voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. Datzelfde geldt voor de middelen 2, 3 en goeddeels 5.

3. Ook aan middel 4 is geen touw vast te knopen. Nog daargelaten dat niet wordt aangegeven waar de brief van 16 februari 2007 zou zijn te vinden zodat ook deze klacht niet aan de eisen der wet voldoet, ambtshalve onderzoek wijst uit dat deze aan de inleidende dagvaarding geniete brief niet vermeldt op welke aanslagen deze betrekking heeft; zie ook de eveneens aangeniete brief van 2 oktober 2007. Middel 5 miskent dat eveneens; het ziet er bovendien aan voorbij dat dit een feitelijk oordeel.

4. Gezien het hoge gehalte van onbegrijpelijkheid zou mijn voorkeur hebben [eiser] niet in zijn cassatieberoep te ontvangen. Aan gerede twijfel is immers onderhevig of de cassatiedagvaarding wel een "middel" bevat zoals art. 407 lid 2 Rv vereist. Ware hij ontvankelijk, dan moet het worden verworpen. Conclusie Aan de klachten is slot noch zin toe te kennen zodat [eiser] niet in zijn beroep kan worden ontvangen. Mocht hij desondanks ontvankelijk zijn dan wordt tot verwerping geconcludeerd met toepassing van art. 81 RO. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, Advocaat-Generaal