Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712 ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Voorgeschiedenis 1.1 Verzoeker tot cassatie heeft samen met haar echtgenoot op 4 maart 2010 bij de rechtbank Amsterdam een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Bij vonnis d.d. 1 juni 2010 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. Dit vonnis heeft het hof te Amsterdam, na een tussenarrest d.d. 23 juli 2010((1)), bij arrest van 5 oktober 2010 bekrachtigd. 1.2 Bij een op 13 oktober 2010 en daarmee tijdig bij de griffie van de Hoge Raad ingediend verzoekschrift is verzoeker tot cassatie van het arrest van 5 oktober 2010 van het hof in cassatie gekomen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712 · Parket bij de Hoge Raad: Zaaknummer: 10/04454 mr. Wuisman Parketdatum: 25 maart 2011 CONCLUSIE inzake: [Verzoeker] verzoeker tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Zaaknummer: 10/04454 mr. Wuisman Parketdatum: 25 maart 2011 CONCLUSIE inzake: [Verzoeker] verzoeker tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen.

1. Voorgeschiedenis 1.1 Verzoeker tot cassatie heeft samen met haar echtgenoot op 4 maart 2010 bij de rechtbank Amsterdam een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Bij vonnis d.d. 1 juni 2010 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. Dit vonnis heeft het hof te Amsterdam, na een tussenarrest d.d. 23 juli 2010((1)), bij arrest van 5 oktober 2010 bekrachtigd. 1.2 Bij een op 13 oktober 2010 en daarmee tijdig bij de griffie van de Hoge Raad ingediend verzoekschrift is verzoeker tot cassatie van het arrest van 5 oktober 2010 van het hof in cassatie gekomen.

2. Bespreking van het cassatieberoep 2.1 Het hof komt tot de bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank na ten aanzien van een drietal schulden van [verzoeker] - (een huurschuld, een schuld aan IBM Finance en een schuld aan Interbank) - geoordeeld te hebben dat zij zijn ontstaan in de periode van vijf jaren voorafgaande aan het indienen van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en dat niet aannemelijk is gemaakt dat verzoeker tot cassatie te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van die schulden (rov 2.3).

Hetgeen in het verzoekschrift wordt aangevoerd, raakt deze grondslag voor bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank niet. In het verzoekschrift - zie met name sub 4.3, 4.4 en 4.6 - wordt aangehaakt bij de 'overige schulden', waarvan het hof gewag maakt in de voorlaatste zin van rov. 2.1. Die 'overige schulden' heeft het hof echter niet in aanmerking genomen bij zijn beslissing tot bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank; zie met name de eerste drie volzinnen van rov. 2.3. Dit betekent dat de door het hof voor de bekrachtiging van het vonnis aangehouden grondslag in cassatie onbestreden blijft.

Het cassatieberoep kan bijgevolg niet tot cassatie leiden.

3. Conclusie De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1. Dit tussenarrest bevindt zich niet in het overgelegde procesdossier en wordt overigens in cassatie ook niet bestreden.