Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BP9415 ECLI:NL:PHR:2011:BP9415 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BP9415 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BP9415
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 10/01588 Mr. Machielse Zitting 15 maart 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 wegens 1. primair "medeplegen van doodslag" en 2. subsidiair tweede cumulatief/alternatief "mishandeling gepleegd met voorbedachte raad, begaan tegen haar kind, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

Legislator headnote

AI generated

art. 435 Sv, art. 437 Sv; ECLI:NL:PHR:2011:BP9415 · Parket bij de Hoge Raad: De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 31 mei 2010 rechtsgeldig betekend. De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 30 juli 2010. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

Keywords

AI generated
art. 435 Sv art. 437 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 435 Sv
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 31 mei 2010 rechtsgeldig betekend.
art. 437 Sv
De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 30 juli 2010.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 10/01588 Mr. Machielse Zitting 15 maart 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 19 januari 2010 wegens 1. primair "medeplegen van doodslag" en 2. subsidiair tweede cumulatief/alternatief "mishandeling gepleegd met voorbedachte raad, begaan tegen haar kind, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

2. H.J. Smits, administratief ambtenaar bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, heeft beroep in cassatie ingesteld.

3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 31 mei 2010 rechtsgeldig betekend. De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 30 juli 2010. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Deze zaak hangt samen met 10/00444 ([medeverdachte 1]), 10/00470 ([medeverdachte 5]), 10/00540 ([medeverdachte 2]) en 10/01590 ([medeverdachte 4]) waarin ik vandaag ook concludeer.