Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BP9397 ECLI:NL:PHR:2011:BP9397 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BP9397 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BP9397
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 10/00531 B Mr. Silvis Zitting: 15 maart 2011 Conclusie inzake: [Klager] 1. De Rechtbank te 's-Gravenhage heeft bij beschikking van 22 september 2009 klager in zijn ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan hem van een onder hem in beslag genomen personenauto, niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a Sv, art. 116 Sv; ECLI:NL:PHR:2011:BP9397 · Parket bij de Hoge Raad: De bestreden beschikking houdt in, voor zover van belang: "Vast staat dat bedoelde personenauto van het merk: Opel Corsa met kenteken [AA-00-BB] op 4 april 2009 onder klager in beslag is genomen. Gebleken is dat de inbeslaggenomen personenauto inmiddels aan een ander dan klager is geretourneerd. Derhalve rust er geen beslag in de zin van artikel 552a Sv meer op de personenauto en dient de rechtbank klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift." 5. Het middel is terecht voorgesteld. Het klaagschrift houdt onder meer in dat de onder klager inbeslaggenomen auto is teruggegeven aan de eigenaresse zonder dat klager daarover is gehoord.

Keywords

AI generated
artikel 552a Sv art. 116 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a Sv
Derhalve rust er geen beslag in de zin van artikel 552a Sv meer op de personenauto en dient de rechtbank klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift." 5.
art. 116 Sv
Bij de behandeling in raadkamer is door de verdediging voorts aangevoerd dat de officier van justitie bij de teruggave, art. 116, derde lid, Sv niet heeft toegepast.

Cited Case Law

AI generated
NJ 2007/149
HR 20 februari 2007, LJN AZ1656, NJ 2007/149 en HR 30 januari 1996, LJN AD2480, NJ 1996/526.
NJ 1996/526
HR 20 februari 2007, LJN AZ1656, NJ 2007/149 en HR 30 januari 1996, LJN AD2480, NJ 1996/526.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 10/00531 B Mr. Silvis Zitting: 15 maart 2011 Conclusie inzake: [Klager] 1. De Rechtbank te 's-Gravenhage heeft bij beschikking van 22 september 2009 klager in zijn ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan hem van een onder hem in beslag genomen personenauto, niet-ontvankelijk verklaard.

2. Namens klager heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat de rechtbank klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beklag.

4. De bestreden beschikking houdt in, voor zover van belang: "Vast staat dat bedoelde personenauto van het merk: Opel Corsa met kenteken [AA-00-BB] op 4 april 2009 onder klager in beslag is genomen. Gebleken is dat de inbeslaggenomen personenauto inmiddels aan een ander dan klager is geretourneerd. Derhalve rust er geen beslag in de zin van artikel 552a Sv meer op de personenauto en dient de rechtbank klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift." 5. Het middel is terecht voorgesteld. Het klaagschrift houdt onder meer in dat de onder klager inbeslaggenomen auto is teruggegeven aan de eigenaresse zonder dat klager daarover is gehoord.

Bij de behandeling in raadkamer is door de verdediging voorts aangevoerd dat de officier van justitie bij de teruggave, art. 116, derde lid, Sv niet heeft toegepast. Dat is niet weersproken door de officier van justitie en de rechtbank heeft daaromtrent niets vastgesteld. Gelet daarop en nu overigens uit het dossier ook niet blijkt dat art. 116, derde lid, Sv is toegepast, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat de auto zonder toepassing van die bepaling is teruggegeven aan een ander dan de beslagene. In een dergelijk geval moet het ervoor worden gehouden dat het beklag van de beslagene het rechtskarakter heeft van een beklag omtrent het voornemen van de officier van justitie om in afwijking van de hoofdregel van art. 116 Sv het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden.(1) De klager kan in dat geval dus worden ontvangen in zijn beklag.

Gelet daarop heeft de rechtbank ten onrechte het beklag van klager niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beslag inmiddels was opgeheven door de teruggave.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking waarvan beroep en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage, ten einde opnieuw recht te doen op basis van het bestaande klaagschrift. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Vgl. HR 20 februari 2007, LJN AZ1656, NJ 2007/149 en HR 30 januari 1996, LJN AD2480, NJ 1996/526.