ECLI:NL:PHR:2011:BP9040 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generated10/01817 mr. De Vries Lentsch-Kostense Parket 14 maart 2011 Conclusie inzake [De moeder] tegen Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming optredende namens Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden 1. In deze zaak wordt in cassatie opgekomen tegen de beschikking van het gerechtshof 's-Gravenhage van 3 februari 2010 waarin het hof de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 juli 2009 heeft bekrachtigd voor zover aan zijn oordeel onderworpen. In genoemde beschikking heeft de rechtbank de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [kind 1], geboren op [geboortedatum] 1993 en [kind 2], geboren op [geboortedatum] 1997, kinderen van verzoekster tot cassatie (verder: de moeder) verlengd met ingang van 29 juli 2009 tot 1 juli 2010, met behoud van de SGJ, namens BJZ, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2011:BP9040 · Parket bij de Hoge Raad: Voorts heeft zij de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor dezelfde periode. Tevens heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring van de (fictieve) schriftelijke aanwijzing, inhoudende een beperking van de contacten tussen de moeder en de minderjarigen voor de duur van de uithuisplaatsing, afgewezen.
Full text
10/01817 mr. De Vries Lentsch-Kostense Parket 14 maart 2011 Conclusie inzake [De moeder] tegen Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming optredende namens Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden 1. In deze zaak wordt in cassatie opgekomen tegen de beschikking van het gerechtshof 's-Gravenhage van 3 februari 2010 waarin het hof de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 juli 2009 heeft bekrachtigd voor zover aan zijn oordeel onderworpen. In genoemde beschikking heeft de rechtbank de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [kind 1], geboren op [geboortedatum] 1993 en [kind 2], geboren op [geboortedatum] 1997, kinderen van verzoekster tot cassatie (verder: de moeder) verlengd met ingang van 29 juli 2009 tot 1 juli 2010, met behoud van de SGJ, namens BJZ, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg.
Voorts heeft zij de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor dezelfde periode. Tevens heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring van de (fictieve) schriftelijke aanwijzing, inhoudende een beperking van de contacten tussen de moeder en de minderjarigen voor de duur van de uithuisplaatsing, afgewezen.
2. De moeder heeft - tijdig - cassatieberoep ingesteld. Verweerster in cassatie heeft geen verweerschrift ingediend.
3. Aangezien de geldigheidsduur van de verlenging van de ondertoezichtstelling en die van de machtiging tot uithuisplaatsing reeds op 1 juli 2010 is verstreken, heeft de moeder geen belang meer bij haar cassatieberoep, zodat dit beroep wegens gebrek aan belang dient te worden verworpen. Zie HR 9 juli 2010, LJN BM2337 en HR 8 oktober 2010, LJN BN1396. Conclusie De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden