Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BP6019 ECLI:NL:PHR:2011:BP6019 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BP6019 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BP6019
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 09/02702 P Mr. Hofstee Zitting: 15 februari 2011 Conclusie inzake: [Betrokkene=verzoeker] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 20 april 2009 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 605.880,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Namens verzoeker heeft mr. M.D. Sint Nicolaas, advocaat te 's-Gravenhage, op 29 april 2009 tijdig cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens hem niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend. 3.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BP6019 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 09/02702 P Mr. Hofstee Zitting: 15 februari 2011 Conclusie inzake: [Betrokkene=verzoeker] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 20 april 2009 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 605.880,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Namens verzoeker heeft mr. M.D. Sint Nicolaas, advocaat te 's-Gravenhage, op 29 april 2009 tijdig cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens hem niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend. 3.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 09/02702 P Mr. Hofstee Zitting: 15 februari 2011 Conclusie inzake: [Betrokkene=verzoeker] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 20 april 2009 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 605.880,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Namens verzoeker heeft mr. M.D. Sint Nicolaas, advocaat te 's-Gravenhage, op 29 april 2009 tijdig cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens hem niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend. 3.

Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de vorenbedoelde aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. 4. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G