Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BP4808 ECLI:NL:PHR:2011:BP4808 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BP4808 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BP4808
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Zaaknr. 10/00597 mr. E.M. Wesseling-van Gent Parket, 11 februari 2011 Conclusie inzake: [De vrouw] tegen [De man] Deze zaak, waarin de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw aan de orde is, leent zich voor een verkorte conclusie. 1.1 Bij beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, van 25 juli 2007 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 14 november 2007 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. Vervolgens heeft de rechtbank - voor zover in cassatie nog van belang - op verzoek van de vrouw bij beschikking van 25 juli 2008 de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud met ingang van 25 april 2008 bepaald op € 1.472,- per maand. 1.2 Het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft bij beschikking van 17 november 2009 de door de man bestreden beschikking van de rechtbank van 25 juli 2008 vernietigd en de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw met ingang van 25 april 2008 bepaald op € 308,- per maand. 1.3 Het tijdig(1) door de vrouw ingestelde cassatieberoep bevat één middel dat zich in de kern richt tegen de rechtsoverweging (te weten: rechtsoverweging 78) waarin het hof oordeelt dat het bij de beoordeling van de woonlasten die zijn verbonden aan de voormalig echtelijke woning, voorbijgaat aan de afspraak die partijen hebben gemaakt in de vaststellingsovereenkomst, inhoudende dat als de woning op 1 september 2009 nog niet is verkocht, de vrouw alle lasten van de woning draagt.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BP4808 · Parket bij de Hoge Raad: De onbekendheid met de feitelijke situatie van na 1 september 2009 is dus te wijten aan het feit dat partijen, onder wie de vrouw, het hof niet nader hebben geïnformeerd. Dit komt voor rekening van partijen. 1.5 Nu in deze zaak geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling behoeven te worden beantwoord, kan het cassatieberoep m.i. worden verworpen met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Zaaknr. 10/00597 mr. E.M. Wesseling-van Gent Parket, 11 februari 2011 Conclusie inzake: [De vrouw] tegen [De man] Deze zaak, waarin de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw aan de orde is, leent zich voor een verkorte conclusie. 1.1 Bij beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, van 25 juli 2007 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 14 november 2007 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. Vervolgens heeft de rechtbank - voor zover in cassatie nog van belang - op verzoek van de vrouw bij beschikking van 25 juli 2008 de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud met ingang van 25 april 2008 bepaald op € 1.472,- per maand. 1.2 Het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft bij beschikking van 17 november 2009 de door de man bestreden beschikking van de rechtbank van 25 juli 2008 vernietigd en de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw met ingang van 25 april 2008 bepaald op € 308,- per maand. 1.3 Het tijdig(1) door de vrouw ingestelde cassatieberoep bevat één middel dat zich in de kern richt tegen de rechtsoverweging (te weten: rechtsoverweging 78) waarin het hof oordeelt dat het bij de beoordeling van de woonlasten die zijn verbonden aan de voormalig echtelijke woning, voorbijgaat aan de afspraak die partijen hebben gemaakt in de vaststellingsovereenkomst, inhoudende dat als de woning op 1 september 2009 nog niet is verkocht, de vrouw alle lasten van de woning draagt.

Het middel betoogt dat de beschikking van het hof redengevende kracht mist nu het hof op 17 november 2009 recht diende te doen op de ná 1 september 2009 geldende situatie. 1.4 De klacht faalt. Zoals het hof uitdrukkelijk overweegt, baseert het zijn oordeel op de op dat moment voor handen zijnde informatie. Het is het hof echter onduidelijk of en, zo ja, in hoeverre partijen daadwerkelijk uitvoering hebben gegeven aan voornoemde afspraak uit de vaststellingsovereenkomst en welke gevolgen dit zal hebben voor de betaling van de rente en de al dan niet fiscale aftrekbaarheid daarvan.

De onbekendheid met de feitelijke situatie van na 1 september 2009 is dus te wijten aan het feit dat partijen, onder wie de vrouw, het hof niet nader hebben geïnformeerd. Dit komt voor rekening van partijen. 1.5 Nu in deze zaak geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling behoeven te worden beantwoord, kan het cassatieberoep m.i. worden verworpen met toepassing van art. 81 RO.

2. Conclusie De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G 1 Het verzoekschrift is op 16 februari 2010 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen.