ECLI:NL:PHR:2011:BP4654 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 10/01639 Mr. Silvis Zitting: 8 februari 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. Bij arrest van 23 december 2009 heeft het gerechtshof te Amsterdam het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde en verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde. 2. De advocaat-generaal bij het hof heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Namens het openbaar ministerie zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 437, eerste lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen een maand na de verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door het openbaar ministerie een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2011:BP4654 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 10/01639 Mr. Silvis Zitting: 8 februari 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. Bij arrest van 23 december 2009 heeft het gerechtshof te Amsterdam het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde en verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde. 2. De advocaat-generaal bij het hof heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Namens het openbaar ministerie zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 437, eerste lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen een maand na de verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door het openbaar ministerie een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend.
Full text
Nr. 10/01639 Mr. Silvis Zitting: 8 februari 2011 Conclusie inzake: [Verdachte](1) 1. Bij arrest van 23 december 2009 heeft het gerechtshof te Amsterdam het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde en verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde. 2. De advocaat-generaal bij het hof heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Namens het openbaar ministerie zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 437, eerste lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen een maand na de verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door het openbaar ministerie een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend.
Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient het openbaar-ministerie niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Deze zaak hangt samen met de zaken 10/01301 en 10/01305 waarin ik heden ook concludeer.