Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BO9824 ECLI:NL:PHR:2011:BO9824 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BO9824 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BO9824
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 09/01243 Mr. Vellinga Zitting: 14 december 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 3 februari 2009. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01243 en 09/00902. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

Legislator headnote

AI generated

art. 450 lid 4 Sv, art. 450 Sv; ECLI:NL:PHR:2011:BO9824 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te onderzoeken of aan de verdachte, die ter terechtzitting in hoger beroep niet is verschenen, overeenkomstig het bepaalde in art. 450 lid 4 Sv een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep is gezonden.

Keywords

AI generated
art. 450 lid 4 Sv art. 450 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 450 lid 4 Sv
Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te onderzoeken of aan de verdachte, die ter terechtzitting in hoger beroep niet is verschenen, overeenkomstig het bepaalde in art. 450 lid 4 Sv een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep is gezonden.
art. 450 Sv
Het middel berust op de opvatting dat voor een geldige uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep overeenkomstig het bepaalde in art. 450 Sv vereist is dat een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep naar de verdachte is gezonden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 09/01243 Mr. Vellinga Zitting: 14 december 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 3 februari 2009.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01243 en 09/00902. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte heeft mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te onderzoeken of aan de verdachte, die ter terechtzitting in hoger beroep niet is verschenen, overeenkomstig het bepaalde in art. 450 lid 4 Sv een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep is gezonden.

5. Het middel berust op de opvatting dat voor een geldige uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep overeenkomstig het bepaalde in art. 450 Sv vereist is dat een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep naar de verdachte is gezonden. Deze opvatting vindt geen steun in de wet. Uitreiking aan de gemachtigde advocaat geldt als uitreiking in persoon en is daarmee voltooid.(1) Voorts wijs ik op een met de tweede volzin van art. 450 lid 4 Sv overeenkomend voorschift in art. 588 lid 3, aanhef en onder c, Sv. Daar is het verzenden van een afschrift van de dagvaarding aan de verdachte voor een rechtsgeldige uitreiking niet vereist: HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, m. nt. Sch, rov. 3.15, derde volzin.

6. Het middel faalt.

7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Vgl. HR 7 april 2009, LJN BH1339 (niet gepubliceerd) t.a.v. art. 450, tweede lid, (oud) Sv.