Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BO5366 ECLI:NL:PHR:2011:BO5366 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BO5366 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BO5366
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 09/04890 Mr. Hofstee Zitting: 16 november 2010 Conclusie inzake: [Verdachte = verzoeker] 1. Verzoeker is bij arrest van 25 november 2009 door het gerechtshof te Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Namens verzoeker heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BO5366 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 09/04890 Mr. Hofstee Zitting: 16 november 2010 Conclusie inzake: [Verdachte = verzoeker] 1. Verzoeker is bij arrest van 25 november 2009 door het gerechtshof te Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Namens verzoeker heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 09/04890 Mr. Hofstee Zitting: 16 november 2010 Conclusie inzake: [Verdachte = verzoeker] 1. Verzoeker is bij arrest van 25 november 2009 door het gerechtshof te Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

2. Namens verzoeker heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat verzoeker ten onrechte niet ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep. Uit de stukken wordt, volgens de steller van het middel, niet duidelijk op welke datum verzoeker in hoger beroep is gedagvaard, zodat niet kan worden gecontroleerd of verzoeker op dat moment was gedetineerd. Voorts klaagt het middel dat ten onrechte op 25 november 2009 is geconcludeerd dat hij twee dagen voor de terechtzitting en op de dag van de terechtzitting niet gedetineerd zat, met als gevolg dat verstek is verleend en verzoeker niet in gelegenheid is geweest zijn verdediging te voeren.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 25 november 2009 houdt onder meer het volgende in: "De advocaat-generaal legt over een formulier waaruit blijkt dat achtereenvolgens bij het dagvaarden, 2 dagen voor de terechtzitting van heden en heden door middel van geautomatiseerde informatiesystemen (VIP) is gecontroleerd of verdachte in een Nederlandse penitentiaire inrichting verbleef, hetgeen niet het geval bleek te zijn." 5. Blijkens zich in het dossier bevindende stukken is aan verzoeker op 21 oktober 2009 de dagvaarding in hoger beroep uitgereikt, terwijl verzoeker uit anderen hoofde in het huis van bewaring gedetineerd was. Voorts bevindt zich bij deze stukken een formulier waaruit kan worden opgemaakt dat tijdens de controle in VIPS is gebleken dat verzoeker twee dagen voor de zitting en op de dag van de zitting wèl was gedetineerd. Derhalve is 's hofs oordeel dat verzoeker ten tijde van de zitting, alsmede twee dagen daarvóór, niet gedetineerd was, niet begrijpelijk en had het hof niet zonder meer verstek mogen verlenen.(1) 6. Het middel slaagt.

7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317 (r.o. 3.33).