Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2011:BM8030 ECLI:NL:PHR:2011:BM8030 AI generated

ECLI:NL:PHR:2011:BM8030 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2011:BM8030
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 08/05111 E Mr. Vellinga Zitting: 8 juni 2010 Conclusie inzake: [Veroordeelde = betrokkene] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft het door de veroordeelde uit - kort gezegd - het begaan van overtredingen van voorschriften gesteld bij de Drank- en Horecawet verkregen voordeel vastgesteld op € 13.043,08 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,-.

Legislator headnote

AI generated

art. 511i Sv; ECLI:NL:PHR:2011:BM8030 · Parket bij de Hoge Raad: Weliswaar voorziet art. 511i Sv in vervallen van ontnemingsuitspraak indien veroordeling in de strafzaak uiteindelijk achterwege blijft, maar deze bepaling voorziet niet in het geval dat de grondslag, zoals zich in casu kan voordoen als alleen het eerste middel in de strafzaak slaagt, ten dele vervalt. Daarom meen ik dat de veroordeelde bij het middel belang heeft.

Keywords

AI generated
art. 511i Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 511i Sv
Weliswaar voorziet art. 511i Sv in vervallen van ontnemingsuitspraak indien veroordeling in de strafzaak uiteindelijk achterwege blijft, maar deze bepaling voorziet niet in het geval dat de grondslag, zoals zich in casu kan voordoen als alleen het eerste middel in de strafzaak slaagt, ten dele vervalt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 08/05111 E Mr. Vellinga Zitting: 8 juni 2010 Conclusie inzake: [Veroordeelde = betrokkene] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft het door de veroordeelde uit - kort gezegd - het begaan van overtredingen van voorschriften gesteld bij de Drank- en Horecawet verkregen voordeel vastgesteld op € 13.043,08 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,-.

2. Deze zaak hangt samen met de tegen veroordeelde gewezen strafzaak, met nummer 08/05110E. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens veroordeelde hebben mrs. F.G.L. van Ardenne en M. Molendijk, beiden advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel stelt dat aan de ontnemingszaak de grondslag komt te ontvallen door vernietiging van de strafzaak in cassatie.

5. In de aan de onderhavige zaak ten grondslag liggende strafzaak heb ik geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van het Hof en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. Uit de door mij voorgestane gegrondheid van de middelen in de strafzaak vloeit voort dat aan het in de onderhavige zaak vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel de grondslag komt te ontvallen.

6. Weliswaar voorziet art. 511i Sv in vervallen van ontnemingsuitspraak indien veroordeling in de strafzaak uiteindelijk achterwege blijft, maar deze bepaling voorziet niet in het geval dat de grondslag, zoals zich in casu kan voordoen als alleen het eerste middel in de strafzaak slaagt, ten dele vervalt. Daarom meen ik dat de veroordeelde bij het middel belang heeft.

7. Het middel slaagt.

8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG