Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2010:BO1578 ECLI:NL:PHR:2010:BO1578 AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BO1578 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2010:BO1578
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 09/01850 Mr. Hofstee Zitting: 12 oktober 2010 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte] 1. Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te Amsterdam, zittinghoudende te 's-Gravenhage, van 17 april 2009.(1) 2. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BO1578 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 09/01850 Mr. Hofstee Zitting: 12 oktober 2010 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte] 1. Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te Amsterdam, zittinghoudende te 's-Gravenhage, van 17 april 2009.(1) 2. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 09/01850 Mr. Hofstee Zitting: 12 oktober 2010 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte] 1. Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te Amsterdam, zittinghoudende te 's-Gravenhage, van 17 april 2009.(1) 2. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend.

Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/02257, 09/02259 en 09/01850. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.