Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2010:BO0412 ECLI:NL:PHR:2010:BO0412 AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BO0412 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2010:BO0412
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

10/02167 Mr. L. Timmerman Parket: 23 juli 2010 Conclusie inzake: [Verzoekster] verzoekster tot cassatie, Verkorte conclusie 1.1 Bij beschikking van 20 mei 2010 heeft de rechtbank 's-Gravenhage [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om het uit te keren bedrag te verlagen met € 4.328,-. De rechtbank komt - kort gezegd - tot dit oordeel omdat [verzoekster] niet tot de kring der gerechtigden ingevolg art. 184 Fw behoort die zich kan verzetten tegen de uitdelingslijst. 1.2 Tegen dit arrest heeft [verzoekster] tijdig(1) beroep in cassatie ingesteld. 1.3 Het verzoekschrift bevat 1 cassatiemiddelen dat faalt.

Legislator headnote

AI generated

art. 184 Fw, art. 349 lid 5 Fw, art. 186 Fw, Art. 317 Fw, art. 187 lid 1 Fw; ECLI:NL:PHR:2010:BO0412 · Parket bij de Hoge Raad: 10/02167 Mr. L. Timmerman Parket: 23 juli 2010 Conclusie inzake: [Verzoekster] verzoekster tot cassatie, Verkorte conclusie 1.1 Bij beschikking van 20 mei 2010 heeft de rechtbank 's-Gravenhage [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om het uit te keren bedrag te verlagen met € 4.328,-. De rechtbank komt - kort gezegd - tot dit oordeel omdat [verzoekster] niet tot de kring der gerechtigden ingevolg art. 184 Fw behoort die zich kan verzetten tegen de uitdelingslijst. 1.2 Tegen dit arrest heeft [verzoekster] tijdig(1) beroep in cassatie ingesteld. 1.3 Het verzoekschrift bevat 1 cassatiemiddelen dat faalt.

Keywords

AI generated
art. 184 Fw art. 349 lid 5 Fw art. 186 Fw Art. 317 Fw art. 187 lid 1 Fw

Cited Legislation

AI generated
art. 184 Fw
De rechtbank komt - kort gezegd - tot dit oordeel omdat [verzoekster] niet tot de kring der gerechtigden ingevolg art. 184 Fw behoort die zich kan verzetten tegen de uitdelingslijst.
art. 349 lid 5 Fw
Volgens het middel kunnen ingevolge art. 349 lid 5 Fw in samenhang met art.
art. 186 Fw
349 lid 5 Fw in samenhang met art. 186 Fw ook niet-geverifieerde schuldeisers verzet indienen tegen de slotuitdelingslijst.
Art. 317 Fw
Art. 317 Fw verleent aan de schuldenaar onder andere de mogelijkheid om bij de rechter-commissaris een bevel uit te lokken dat de bewindvoerder een bepaalde handeling zal verrichten.
art. 187 lid 1 Fw
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G 1 Het verzoekschrift is ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 28 mei 2010, overeenkomstig de in art. 187 lid 1 Fw genoemde cassatietermijn van 8 dagen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

10/02167 Mr. L. Timmerman Parket: 23 juli 2010 Conclusie inzake: [Verzoekster] verzoekster tot cassatie, Verkorte conclusie 1.1 Bij beschikking van 20 mei 2010 heeft de rechtbank 's-Gravenhage [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om het uit te keren bedrag te verlagen met € 4.328,-. De rechtbank komt - kort gezegd - tot dit oordeel omdat [verzoekster] niet tot de kring der gerechtigden ingevolg art. 184 Fw behoort die zich kan verzetten tegen de uitdelingslijst. 1.2 Tegen dit arrest heeft [verzoekster] tijdig(1) beroep in cassatie ingesteld. 1.3 Het verzoekschrift bevat 1 cassatiemiddelen dat faalt.

Het middel betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat [verzoekster] niet tot de kring der gerechtigden behoort. Volgens het middel kunnen ingevolge art. 349 lid 5 Fw in samenhang met art. 186 Fw ook niet-geverifieerde schuldeisers verzet indienen tegen de slotuitdelingslijst. 1.4 Art. 186 Fw bepaalt dat een niet-geverifieerde schuldeiser verzet kan doen met als doel geverifieerd te worden. De schuldeiser moet dan (i) uiterlijk twee dagen voor de dag, waarop het verzet zal worden behandeld, de vordering bij de curator indienen, (ii) een afschrift daarvan bij het bezwaarschrift voegen en (iii) bij dit bezwaarschrift tevens het verzoek doen geverifieerd te worden.

Uit de stukken blijkt niet dat [verzoekster] aan deze voorwaarden heeft voldaan. [Verzoekster] heeft enkel een bezwaarschrift ingediend in de zin van art. 184 Fw. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat [verzoekster] geen schuldeiser is in de zin van dat artikel. 1.5 M.i. stond er voor [verzoekster] een andere rechtsweg open. Art. 317 Fw verleent aan de schuldenaar onder andere de mogelijkheid om bij de rechter-commissaris een bevel uit te lokken dat de bewindvoerder een bepaalde handeling zal verrichten. Langs deze weg had [verzoekster] mogelijk kunnen bewerkstelligen dat het bedrag van de boedelrekening waarop zij meende recht te hebben aan haar zouden worden uitgekeerd.

2. Conclusie Ik concludeer tot verwerping van het cassatieverzoek. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G 1 Het verzoekschrift is ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 28 mei 2010, overeenkomstig de in art. 187 lid 1 Fw genoemde cassatietermijn van 8 dagen.