Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2010:BN4306 ECLI:NL:PHR:2010:BN4306 AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BN4306 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2010:BN4306
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 09/00566 Mr. Knigge Zitting: 6 juli 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte bij een bij verstek gewezen arrest van 10 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Namens verdachte heeft mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BN4306 · Parket bij de Hoge Raad: Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het Hof, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Zie HR 30 maart 2010, LJN BL3194, rov 2.5, in welke zaak het meer in het bijzonder ging over het ontbreken van de verklaring als bedoeld in art. 450 lid aanhef en onder a Sv op dit grievenformulier.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 09/00566 Mr. Knigge Zitting: 6 juli 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte bij een bij verstek gewezen arrest van 10 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.

2. Namens verdachte heeft mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel keert zich tegen de niet-ontvankelijk verklaring. Het Hof heeft die beslissing mede gebaseerd op de vaststelling dat niet binnen 14 dagen na het instellen van hoger beroep op 29 april 2008 een schriftuur houdende grieven is ingediend. Aan de cassatieschriftuur is echter een kopie van een door een advocaat ingevuld formulier 'Hoger beroep' van de Rechtbank te 's-Gravenhage gehecht, dat als schriftuur moet worden opgevat(1) en dat blijkens het daarop geplaatste stempel op 8 mei 2008 bij de Centrale Balie van het Paleis van Justitie te 's-Gravenhage is 'ingekomen'. Gelet op de bovengenoemde vaststelling van het Hof en het feit dat het grievenformulier ontbreekt bij de stukken die de Hoge Raad heeft ontvangen, moet het er voor worden gehouden dat het formulier na indiening in het ongerede is geraakt. Dit brengt mee dat 's Hofs oordeel feitelijke grondslag mist. Het middel slaagt.

4. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het Hof, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Zie HR 30 maart 2010, LJN BL3194, rov 2.5, in welke zaak het meer in het bijzonder ging over het ontbreken van de verklaring als bedoeld in art. 450 lid aanhef en onder a Sv op dit grievenformulier.