Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2010:BN2302 ECLI:NL:PHR:2010:BN2302 AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BN2302 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2010:BN2302
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 09/00519 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld bij arrest van 2 februari 2009. Namens verdachte heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, twee middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel 3. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat de rechter steeds moet doen blijken de rechtsgeldigheid van de betekening van de dagvaarding te hebben onderzocht.(1) 4. Nu uit de op voet van art. 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken rechtstreeks volgt dat de dagvaarding in hoger beroep op rechtsgeldige wijze is betekend - en zich derhalve niet de situatie voordoet dat uit de stukken van het geding het ernstige vermoeden rijst dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend - was het Hof niet gehouden zijn oordeel dat de dagvaarding geldig is betekend te motiveren. Het tweede middel 5. Verdachtes eerdere ervaringen ter zake het rijden zonder rijbewijs kunnen het oordeel dragen dat de enkele mededeling van het sanctiebedrag door de verbaliserende ambtenaar niet het vertrouwen kan rechtvaardigen dat de zaak na ontvangst met een acceptgiro zou worden afgedaan.

Legislator headnote

AI generated

art. 434 lid 1 Sv; ECLI:NL:PHR:2010:BN2302 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 09/00519 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld bij arrest van 2 februari 2009. Namens verdachte heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, twee middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel 3. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat de rechter steeds moet doen blijken de rechtsgeldigheid van de betekening van de dagvaarding te hebben onderzocht.(1) 4. Nu uit de op voet van art. 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken rechtstreeks volgt dat de dagvaarding in hoger beroep op rechtsgeldige wijze is betekend - en zich derhalve niet de situatie voordoet dat uit de stukken van het geding het ernstige vermoeden rijst dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend - was het Hof niet gehouden zijn oordeel dat de dagvaarding geldig is betekend te motiveren. Het tweede middel 5. Verdachtes eerdere ervaringen ter zake het rijden zonder rijbewijs kunnen het oordeel dragen dat de enkele mededeling van het sanctiebedrag door de verbaliserende ambtenaar niet het vertrouwen kan rechtvaardigen dat de zaak na ontvangst met een acceptgiro zou worden afgedaan.

Keywords

AI generated
art. 434 lid 1 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 434 lid 1 Sv

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 09/00519 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld bij arrest van 2 februari 2009.

2. Namens verdachte heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, twee middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel 3. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat de rechter steeds moet doen blijken de rechtsgeldigheid van de betekening van de dagvaarding te hebben onderzocht.(1) 4. Nu uit de op voet van art. 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken rechtstreeks volgt dat de dagvaarding in hoger beroep op rechtsgeldige wijze is betekend - en zich derhalve niet de situatie voordoet dat uit de stukken van het geding het ernstige vermoeden rijst dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend - was het Hof niet gehouden zijn oordeel dat de dagvaarding geldig is betekend te motiveren. Het tweede middel 5. Verdachtes eerdere ervaringen ter zake het rijden zonder rijbewijs kunnen het oordeel dragen dat de enkele mededeling van het sanctiebedrag door de verbaliserende ambtenaar niet het vertrouwen kan rechtvaardigen dat de zaak na ontvangst met een acceptgiro zou worden afgedaan.

6. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, m. nt. Sch, rov. 3.30.