ECLI:NL:PHR:2010:BN1716 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 08/05145 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 3 september 2008. 2. Namens verdachte heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. 3. De overwegingen van het Hof moeten aldus worden begrepen dat het Hof van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt. De strafmotivering voldoet daarom aan de op grond van art. 359, zesde lid, Sv te stellen eisen.(1) 4. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering. 5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 O.a. HR 4 december 2007, LJN BB7122.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2010:BN1716 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 08/05145 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 3 september 2008. 2. Namens verdachte heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. 3. De overwegingen van het Hof moeten aldus worden begrepen dat het Hof van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt. De strafmotivering voldoet daarom aan de op grond van art. 359, zesde lid, Sv te stellen eisen.(1) 4. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering. 5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 O.a. HR 4 december 2007, LJN BB7122.
Full text
Nr. 08/05145 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 3 september 2008. 2. Namens verdachte heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. 3. De overwegingen van het Hof moeten aldus worden begrepen dat het Hof van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt. De strafmotivering voldoet daarom aan de op grond van art. 359, zesde lid, Sv te stellen eisen.(1) 4. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering. 5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 O.a. HR 4 december 2007, LJN BB7122.