ECLI:NL:PHR:2010:BN1713 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 08/05027 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 20 november 2008. Namens verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2010:BN1713 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 08/05027 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 20 november 2008. Namens verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
Full text
Nr. 08/05027 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 20 november 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel stelt terecht dat uit de omstandigheden dat de verdachte deel uitmaakte van een groep van vijf personen, die alle vijf schichtig om zich heen keken en één voor één een blik wierpen door de ruit van een personenauto waar die groep bij stond, waarna één van hen - niet zijnde verdachte - de ruit insloeg en een laptoptas uit de auto wegnam en de verdachte vervolgens wegliep samen met een ander, niet zijnde degene die de ruit insloeg en de laptoptas wegnam, niet zonder meer kan volgen dat de verdachte zo bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt dat sprake is van tezamen en in vereniging met anderen plegen van diefstal met braak.(1) 4. Het middel slaagt.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Vgl. HR 22 december 2009, LJN BK3356, NJ 2010, 193, m.nt. P.A.M. Mevis, HR 19 januari 2010, LJN BK4816, NJ 2010, 72 en HR 9 februari 2010, LJN BK6147.