Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2010:BN1702 ECLI:NL:PHR:2010:BN1702 AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BN1702 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2010:BN1702
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 08/04182 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 18 september 2008. Namens verdachte heeft mr. P.L.E.M. Krauth, advocaat te Zwolle, één middel van cassatie voorgesteld.

Legislator headnote

AI generated

art. 6:16 Awb; ECLI:NL:PHR:2010:BN1702 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel komt op tegen het oordeel, dat, nu artikel 3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 inhoudt dat het indienen van een bezwaarschrift tegen ongewenstverklaring de werking van de beschikking niet opschort en de beschikking dus onmiddellijke werking heeft, de stelling van de raadsman dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde omdat er op 7 januari 2008 nog niet onherroepelijk was beslist op het bezwaarschrift tegen de beschikking tot ongewenstverklaring, geen steun vindt in het recht.

Keywords

AI generated
art. 6:16 Awb

Cited Legislation

AI generated
art. 6:16 Awb
Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.(1) Genoemde bepaling stemt overeen met de hoofdregel vervat in art. 6:16 Awb terwijl bij de Vreemdelingenwet niet anders is bepaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 08/04182 Mr. Vellinga Zitting: 29 juni 2010 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 18 september 2008.

2. Namens verdachte heeft mr. P.L.E.M. Krauth, advocaat te Zwolle, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel komt op tegen het oordeel, dat, nu artikel 3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 inhoudt dat het indienen van een bezwaarschrift tegen ongewenstverklaring de werking van de beschikking niet opschort en de beschikking dus onmiddellijke werking heeft, de stelling van de raadsman dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde omdat er op 7 januari 2008 nog niet onherroepelijk was beslist op het bezwaarschrift tegen de beschikking tot ongewenstverklaring, geen steun vindt in het recht.

4. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.(1) Genoemde bepaling stemt overeen met de hoofdregel vervat in art. 6:16 Awb terwijl bij de Vreemdelingenwet niet anders is bepaald.

5. Het middel faalt. Dat geldt temeer nu - zoals verdachtes raadsman heeft verklaard - het beroep tegen bedoelde beschikking is verworpen.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Vgl. HR 18 november 1986, NJ 1987, 491