ECLI:NL:PHR:2010:BL8779 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 08/04217 Mr Jörg Zitting 16 maart 2010 Conclusie inzake: [Verdachte 2] 1. Het gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 25 januari 2008 verzoekster wegens het medeplegen van oplichting en verduistering veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf voor de duur van 100 uren. Voorts heeft het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. 2. Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen verzoeker met griffienummer S 08/00631 waarin ik heden eveneens concludeer. 3. Namens verzoekster is in deze zaak geen schriftuur ingediend. 4. Nu verzoekster niet binnen de bij wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen door haar raadsman, kan zij niet worden ontvangen in haar beroep in cassatie. Zodoende kan haar zaak anders aflopen dan die tegen haar partner. 5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2010:BL8779 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 08/04217 Mr Jörg Zitting 16 maart 2010 Conclusie inzake: [Verdachte 2] 1. Het gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 25 januari 2008 verzoekster wegens het medeplegen van oplichting en verduistering veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf voor de duur van 100 uren. Voorts heeft het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. 2. Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen verzoeker met griffienummer S 08/00631 waarin ik heden eveneens concludeer. 3. Namens verzoekster is in deze zaak geen schriftuur ingediend. 4. Nu verzoekster niet binnen de bij wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen door haar raadsman, kan zij niet worden ontvangen in haar beroep in cassatie. Zodoende kan haar zaak anders aflopen dan die tegen haar partner. 5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G
Full text
Nr. 08/04217 Mr Jörg Zitting 16 maart 2010 Conclusie inzake: [Verdachte 2] 1. Het gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 25 januari 2008 verzoekster wegens het medeplegen van oplichting en verduistering veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf voor de duur van 100 uren. Voorts heeft het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. 2. Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen verzoeker met griffienummer S 08/00631 waarin ik heden eveneens concludeer. 3. Namens verzoekster is in deze zaak geen schriftuur ingediend. 4. Nu verzoekster niet binnen de bij wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen door haar raadsman, kan zij niet worden ontvangen in haar beroep in cassatie. Zodoende kan haar zaak anders aflopen dan die tegen haar partner. 5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G