Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2010:BL0572 ECLI:NL:PHR:2010:BL0572 AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BL0572 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2010:BL0572
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. S 08/03173 B Mr Jörg Zitting 1 december 2009 Aanvullende conclusie inzake: [Verzoeker = klager] 1. In vervolg op mijn conclusie van 1 september 2009 concludeer ik aanvullend naar aanleiding van de tussenbeschikking van Uw Raad van 13 oktober 2009. Destijds heb ik de pen te vroeg neergelegd, in de overtuiging dat verdere bestudering van het dossier geen zin had.

Legislator headnote

AI generated

art. 552p Sv, Art. 552a Sv, art. 552d Sv; ECLI:NL:PHR:2010:BL0572 · Parket bij de Hoge Raad: In deze aanvullende conclusie concludeer ik wederom, zij het op andere grond, tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker: nu op grond van art. 552d, tweede lid, Sv.

Keywords

AI generated
art. 552p Sv Art. 552a Sv art. 552d Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 552p Sv
552a en 552d Sv van overeenkomstige toepassing op de beschikking van de rechtbank als bedoeld in het tweede lid van art. 552p Sv.
Art. 552a Sv
Art. 552a Sv opent de mogelijkheid voor belanghebbenden om zich schriftelijk te beklagen onder meer over inbeslagneming.
art. 552d Sv
Voorts bepaalt het tweede lid van art. 552d Sv dat beroep in cassatie kan worden ingesteld door de klager, binnen veertien dagen na betekening van de beschikking.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. S 08/03173 B Mr Jörg Zitting 1 december 2009 Aanvullende conclusie inzake: [Verzoeker = klager] 1. In vervolg op mijn conclusie van 1 september 2009 concludeer ik aanvullend naar aanleiding van de tussenbeschikking van Uw Raad van 13 oktober 2009. Destijds heb ik de pen te vroeg neergelegd, in de overtuiging dat verdere bestudering van het dossier geen zin had.

2. In deze aanvullende conclusie concludeer ik wederom, zij het op andere grond, tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker: nu op grond van art. 552d, tweede lid, Sv.

3. Art. 552p, vierde lid, Sv verklaart het bepaalde in artt. 552a en 552d Sv van overeenkomstige toepassing op de beschikking van de rechtbank als bedoeld in het tweede lid van art. 552p Sv. Art. 552a Sv opent de mogelijkheid voor belanghebbenden om zich schriftelijk te beklagen onder meer over inbeslagneming. Voorts bepaalt het tweede lid van art. 552d Sv dat beroep in cassatie kan worden ingesteld door de klager, binnen veertien dagen na betekening van de beschikking.

4. Uit het proces-verbaal van de raadkamer van de rechtbank op 11 april 2008 blijkt dat de raadsman slechts namens medeverdachte [medeverdachte] een klaagschrift heeft ingediend. Niet blijkt dat ook door of namens verzoeker een klaagschrift is ingediend. Een dergelijk klaagschrift heb ik bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv ingezonden stukken nergens aangetroffen. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat door of namens verzoeker geen klaagschrift is ingediend. Dit betekent dat verzoeker op grond van art. 552d, tweede lid, Sv niet kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep (vlg. HR 19 december 2006, LJN AZ1670, NJ 2007, 26).

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G