Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2010:BK8509 ECLI:NL:PHR:2010:BK8509 AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BK8509 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2010:BK8509
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 08/02423 Mr Jörg Zitting 22 december 2009 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte] 1. Verzoeker is door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, bij arrest van 20 mei 2008 wegens deelneming aan een criminele organisatie en het meermalen medeplegen van uitvoer van hard- en softdrugs veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren en zes maanden. Voorts heeft het hof beslissingen genomen over in beslag genomen voorwerpen. Daarnaast heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van de eerder bij vonnis van de rechtbank te Alkmaar van 29 augustus 2006 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2010:BK8509 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel klaagt over schending van art. 6, eerste lid, EVRM in cassatie, doordat de termijn voor het inzenden van de stukken naar de Hoge Raad is overschreden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 08/02423 Mr Jörg Zitting 22 december 2009 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte] 1. Verzoeker is door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, bij arrest van 20 mei 2008 wegens deelneming aan een criminele organisatie en het meermalen medeplegen van uitvoer van hard- en softdrugs veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren en zes maanden. Voorts heeft het hof beslissingen genomen over in beslag genomen voorwerpen. Daarnaast heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van de eerder bij vonnis van de rechtbank te Alkmaar van 29 augustus 2006 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

2. Deze zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen verzoeker met griffienummer S 08/02425 waarin ik heden eveneens concludeer.

3. Namens verzoeker heeft mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt over schending van art. 6, eerste lid, EVRM in cassatie, doordat de termijn voor het inzenden van de stukken naar de Hoge Raad is overschreden.

5. Namens verzoeker, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, is op 28 mei 2008 beroep in cassatie ingesteld. De processtukken zijn op 27 mei 2009 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dit betekent dat de zes-maandentermijn waarbinnen de stukken naar de Hoge Raad moeten worden ingezonden ruimschoots is overschreden. Het middel is dus terecht voorgesteld.

6. Ambtshalve merk ik op dat ook de termijn van zestien maanden waarbinnen de cassatieprocedure behoort te zijn afgerond inmiddels is overschreden. Dit alles moet leiden tot strafvermindering.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, en tot vermindering daarvan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G