ECLI:NL:PHR:2010:BK6923 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. S 07/12141 P mr. Hofstee Zitting 15 december 2009 Conclusie inzake: [Betrokkene] 1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 25 mei 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 15.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.(1) 2. Namens verzoeker heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2010:BK6923 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel klaagt hier terecht over. Verzoeker heeft op 4 juni 2007 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 21 juli 2008 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat brengt mee dat de inzendtermijn van maximaal acht maanden met ruim vijfeneenhalve maand is overschreden.
Full text
Nr. S 07/12141 P mr. Hofstee Zitting 15 december 2009 Conclusie inzake: [Betrokkene] 1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 25 mei 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 15.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.(1) 2. Namens verzoeker heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3. Het middel klaagt dat de redelijke inzendtermijn in cassatie is overschreden.
4. Het middel klaagt hier terecht over. Verzoeker heeft op 4 juni 2007 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 21 juli 2008 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat brengt mee dat de inzendtermijn van maximaal acht maanden met ruim vijfeneenhalve maand is overschreden.
5. Ambtshalve wijs ik er op dat de zaak ook in cassatie niet binnen de daarvoor gestelde termijn kan worden afgedaan. Het geding behoort in cassatie binnen twee jaren met een einduitspraak te zijn afgerond nadat het rechtsmiddel is ingesteld. Deze termijn is inmiddels met ruim een half jaar overschreden.
6. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn dienen te leiden tot een door Uw Raad te bepalen vermindering van het ontnemingsbedrag (HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358).
7. Overige gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot vermindering van het ontnemingsbedrag volgens het gebruikelijke tarief, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G 1 Deze ontnemingszaak hangt samen met de hoofdzaak met griffienummer 07/12166 waarin ik heden eveneens concludeer.