ECLI:NL:PHR:2010:BK3428 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 07/13420 P Mr. Vellinga Zitting: 10 november 2009 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [veroordeelde=betrokkene] 1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 september 2007. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/13420 P en 07/13421. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Veroordeelde heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2010:BK3428 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 07/13420 P Mr. Vellinga Zitting: 10 november 2009 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [veroordeelde=betrokkene] 1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 september 2007. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/13420 P en 07/13421. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Veroordeelde heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Full text
Nr. 07/13420 P Mr. Vellinga Zitting: 10 november 2009 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [veroordeelde=betrokkene] 1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 september 2007. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 07/13420 P en 07/13421. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Veroordeelde heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG