Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2008:BD2714 ECLI:NL:PHR:2008:BD2714 AI generated

ECLI:NL:PHR:2008:BD2714 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2008:BD2714
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 07/11505 Mr L. Strikwerda Parket, 23 mei 2008 conclusie inzake 1. [Verzoeker 1] 2. [Verzoeker 2] 3. [Verzoeker 3] tegen de Staat der Nederlanden Edelhoogachtbaar College, 1. Thans verzoekers tot cassatie, hierna: [verzoeker] c.s., hebben op 4 april 2006 op de voet van art. 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, hierna: RWN, bij de rechtbank 's-Gravenhage een verzoekschrift ingediend waarin zij de rechtbank verzoeken vast te stellen dat zij in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit.

Legislator headnote

AI generated

art. 426 lid 1 Rv; ECLI:NL:PHR:2008:BD2714 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 07/11505 Mr L. Strikwerda Parket, 23 mei 2008 conclusie inzake 1. [Verzoeker 1] 2. [Verzoeker 2] 3. [Verzoeker 3] tegen de Staat der Nederlanden Edelhoogachtbaar College, 1. Thans verzoekers tot cassatie, hierna: [verzoeker] c.s., hebben op 4 april 2006 op de voet van art. 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, hierna: RWN, bij de rechtbank 's-Gravenhage een verzoekschrift ingediend waarin zij de rechtbank verzoeken vast te stellen dat zij in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit.

Keywords

AI generated
art. 426 lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 426 lid 1 Rv
Aangezien de bestreden beschikking van de rechtbank is uitgesproken op 7 juni 2007 en de cassatietermijn ingevolge art. 426 lid 1 Rv drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak, bedraagt, eindigde de cassatietermijn op 7 september 2007.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 07/11505 Mr L. Strikwerda Parket, 23 mei 2008 conclusie inzake 1. [Verzoeker 1] 2. [Verzoeker 2] 3. [Verzoeker 3] tegen de Staat der Nederlanden Edelhoogachtbaar College, 1. Thans verzoekers tot cassatie, hierna: [verzoeker] c.s., hebben op 4 april 2006 op de voet van art. 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, hierna: RWN, bij de rechtbank 's-Gravenhage een verzoekschrift ingediend waarin zij de rechtbank verzoeken vast te stellen dat zij in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit.

2. Nadat thans verweerder in cassatie, hierna: de Staat, schriftelijk had geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek en mondelinge behandeling van het verzoekschrift had plaatsgevonden, heeft de rechtbank bij beschikking van 7 juni 2007 het verzoek van [verzoeker] c.s. afgewezen. 3. [Verzoeker] c.s. hebben op de voet van art. 18 lid 2 RWN met een op 14 september 2007 gedagtekend verzoekschrift cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank. Het verzoekschrift is blijkens de daarop geplaatste stempel bij de Hoge Raad ingekomen op 14 september 2007.

4. De Staat heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend.

5. Aangezien de bestreden beschikking van de rechtbank is uitgesproken op 7 juni 2007 en de cassatietermijn ingevolge art. 426 lid 1 Rv drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak, bedraagt, eindigde de cassatietermijn op 7 september 2007. Het cassatieberoep is echter ingesteld op 14 september 2007 en mitsdien te laat. [Verzoeker] c.s. kunnen bijgevolg in hun cassatieberoep niet worden ontvangen. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] c.s. in hun cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,