Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2008:BC7721 ECLI:NL:PHR:2008:BC7721 AI generated

ECLI:NL:PHR:2008:BC7721 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2008:BC7721
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rek.nr. R07/110HR Mr L. Strikwerda Parket, 21 maart 2008 conclusie inzake [Verzoekster] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2003 is ten aanzien van thans verzoekster tot cassatie, hierna: [verzoekster], de definitieve schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

Legislator headnote

AI generated

art. 351 lid 5 Fw; ECLI:NL:PHR:2008:BC7721 · Parket bij de Hoge Raad: Rek.nr. R07/110HR Mr L. Strikwerda Parket, 21 maart 2008 conclusie inzake [Verzoekster] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2003 is ten aanzien van thans verzoekster tot cassatie, hierna: [verzoekster], de definitieve schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

Keywords

AI generated
art. 351 lid 5 Fw

Cited Legislation

AI generated
art. 351 lid 5 Fw
art. 351 lid 5 Fw), acht dagen na de dag van de uitspraak van het arrest van het gerechtshof.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rek.nr. R07/110HR Mr L. Strikwerda Parket, 21 maart 2008 conclusie inzake [Verzoekster] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2003 is ten aanzien van thans verzoekster tot cassatie, hierna: [verzoekster], de definitieve schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

2. Bij vonnis van genoemde rechtbank van 22 januari 2007 is de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] beëindigd zonder dat aan haar een "schone lei" is verleend. 3. [Verzoekster] is van dit vonnis in hoger beroep gegaan bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, doch tevergeefs: bij arrest van 15 mei 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

4. Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld bij een verzoekschrift dat op 31 mei 2007 per fax en op 1 juni 2007 in origineel ter griffie van de Hoge Raad is ingekomen.

5. Aangezien het arrest van het hof is gewezen op het hoger beroep van een vonnis als bedoeld in art. 354 (oud) Fw, bedraagt ingevolge art. 355 lid 2 (oud) jo. art. 342 lid 3 (oud) Fw de cassatietermijn, evenals onder de huidige, bij Wet van 24 mei 2007, Stb. 192, per 1 januari 2008 ingevoerde regeling (art. 355 jo. art. 351 lid 5 Fw), acht dagen na de dag van de uitspraak van het arrest van het gerechtshof. Vgl. conclusie A-G Keus voor HR 7 april 2006, R05/106HR, LJN:AU9735, onder 1.5, voetnoot 3, en R.J. Verschoof, Schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen, 1998, blz. 169. Het arrest van het hof is uitgesproken op 15 mei 2007. De termijn voor beroep in cassatie eindigde derhalve op 23 mei 2007. Het cassatieberoep is echter ingesteld op 31 mei 2007 en mitsdien te laat. [Verzoekster] kan bijgevolg in haar cassatieberoep niet worden ontvangen. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,