Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2007:AZ8744 ECLI:NL:PHR:2007:AZ8744 AI generated

ECLI:NL:PHR:2007:AZ8744 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2007:AZ8744
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rolnr. C06/091HR Mr L. Strikwerda Zt. 16 febr. 2007 conclusie inzake [Eiser] tegen De Ontvanger van de Belastingdienst Oost-Brabant/kantoor Eindhoven Edelhoogachtbaar College, 1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep is gericht tegen het tussen thans eiser tot cassatie, hierna: [eiser], als principaal appellant en thans verweerder in cassatie, hierna: de Ontvanger, als principaal geïntimeerde gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 maart 2006, waarbij de door [eiser] ingestelde incidentele vordering ex art. 85 lid 2 Rv tot het verlenen van inzage in het originele exemplaar van een door de Ontvanger in afschrift overgelegd stuk, is afgewezen en in de hoofdzaak de zaak is verwezen naar de rol voor beraad partijen.

Legislator headnote

AI generated

art. 85 lid 2 Rv, art. 401a lid 2 Rv, art. 75 lid 1 Rv; ECLI:NL:PHR:2007:AZ8744 · Parket bij de Hoge Raad: Rolnr. C06/091HR Mr L. Strikwerda Zt. 16 febr. 2007 conclusie inzake [Eiser] tegen De Ontvanger van de Belastingdienst Oost-Brabant/kantoor Eindhoven Edelhoogachtbaar College, 1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep is gericht tegen het tussen thans eiser tot cassatie, hierna: [eiser], als principaal appellant en thans verweerder in cassatie, hierna: de Ontvanger, als principaal geïntimeerde gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 maart 2006, waarbij de door [eiser] ingestelde incidentele vordering ex art. 85 lid 2 Rv tot het verlenen van inzage in het originele exemplaar van een door de Ontvanger in afschrift overgelegd stuk, is afgewezen en in de hoofdzaak de zaak is verwezen naar de rol voor beraad partijen.

Keywords

AI generated
art. 85 lid 2 Rv art. 401a lid 2 Rv art. 75 lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 85 lid 2 Rv
art. 401a lid 2 Rv
Het bestreden arrest is een tussenarrest als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, aangezien het niet een beslissing inhoudt die is aan te merken als een beslissing waarmee aan het geding omtrent enig deel van het door [eiser] in conventie of door de Ontvanger in reconventie gevorderde een einde wordt gemaakt.
art. 75 lid 1 Rv
401a lid 2 Rv uitgesloten, tenzij de rechter anders heeft bepaald of art. 75 lid 1 Rv van toepassing is.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rolnr. C06/091HR Mr L. Strikwerda Zt. 16 febr. 2007 conclusie inzake [Eiser] tegen De Ontvanger van de Belastingdienst Oost-Brabant/kantoor Eindhoven Edelhoogachtbaar College, 1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep is gericht tegen het tussen thans eiser tot cassatie, hierna: [eiser], als principaal appellant en thans verweerder in cassatie, hierna: de Ontvanger, als principaal geïntimeerde gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 maart 2006, waarbij de door [eiser] ingestelde incidentele vordering ex art. 85 lid 2 Rv tot het verlenen van inzage in het originele exemplaar van een door de Ontvanger in afschrift overgelegd stuk, is afgewezen en in de hoofdzaak de zaak is verwezen naar de rol voor beraad partijen.

2. Het bestreden arrest is een tussenarrest als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, aangezien het niet een beslissing inhoudt die is aan te merken als een beslissing waarmee aan het geding omtrent enig deel van het door [eiser] in conventie of door de Ontvanger in reconventie gevorderde een einde wordt gemaakt. Zie o.m. HR 10 oktober 2003, NJ 2003, 709, HR 9 juli 2004, NJ 2005, 256 nt. HJS, HR 4 februari 2005, NJ 2005, 142, en HR 17 maart 2006, RvdW 2006, 289.

3. Tussentijds cassatieberoep van een tussenarrest is ingevolge art. 401a lid 2 Rv uitgesloten, tenzij de rechter anders heeft bepaald of art. 75 lid 1 Rv van toepassing is. Noch het één, noch het ander is hier het geval. Het hof heeft bij uitspraak van 18 juli 2006 op het verzoek van [eiser] om tussentijds cassatieberoep tegen het thans bestreden arrest toe te staan, afwijzend beslist, en art. 75 lid 1 Rv is in deze zaak niet van toepassing. 4. [Eiser] kan in zijn cassatieberoep derhalve niet worden ontvangen. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden