Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2006:AX4369 ECLI:NL:PHR:2006:AX4369 AI generated

ECLI:NL:PHR:2006:AX4369 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2006:AX4369
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 00565/06 H Mr. Fokkens Parket: 21 maart 2006 Vordering tot herziening inzake: [aanvrager] 1. Veroordeelde is bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 12 oktober 2004 vrijgesproken van het primair ten lastegelegde en bij verstek veroordeeld wegens subsidiair "opzetheling" tot een gevangenisstraf van twee weken. Blijkens een mededeling van de Officier van Justitie van het Arrondissementsparket te Utrecht is dit vonnis onherroepelijk.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2006:AX4369 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 00565/06 H Mr. Fokkens Parket: 21 maart 2006 Vordering tot herziening inzake: [aanvrager] 1. Veroordeelde is bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 12 oktober 2004 vrijgesproken van het primair ten lastegelegde en bij verstek veroordeeld wegens subsidiair "opzetheling" tot een gevangenisstraf van twee weken. Blijkens een mededeling van de Officier van Justitie van het Arrondissementsparket te Utrecht is dit vonnis onherroepelijk.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 00565/06 H Mr. Fokkens Parket: 21 maart 2006 Vordering tot herziening inzake: [aanvrager] 1. Veroordeelde is bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 12 oktober 2004 vrijgesproken van het primair ten lastegelegde en bij verstek veroordeeld wegens subsidiair "opzetheling" tot een gevangenisstraf van twee weken. Blijkens een mededeling van de Officier van Justitie van het Arrondissementsparket te Utrecht is dit vonnis onherroepelijk.

2. Uit het door de Officier van Justitie aan mij gezonden dossier komt naar voren dat een ander, te weten [betrokkene 1], het feit zou hebben begaan en dat deze [betrokkene 1] destijds bij zijn aanhouding de personalia van [aanvrager] (zijn broer) zou hebben opgegeven. Dit was niet bekend ten tijde van de berechting.

3. Met de Officier van Justitie meen ik dat het ernstig vermoeden bestaat dat [aanvrager] zou zijn vrijgesproken, indien de Politierechter met deze gegevens bekend was geweest ten tijde van de berechting en dat er gegronde redenen zijn een vordering houdende een aanvrage tot herziening bij Uw Raad in te dienen.

4. Ik moge daarom vorderen dat Uw Raad deze aanvrage tot herziening van de uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht gegrond zal achten, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof ten einde deze opnieuw te onderzoeken en te beslissen als bedoeld in art. 467, eerste lid, Sv. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,