Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2006:AV4010 ECLI:NL:PHR:2006:AV4010 AI generated

ECLI:NL:PHR:2006:AV4010 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2006:AV4010
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Griffienr. 00715/05 Mr. Wortel Zitting:28 februari 2006 Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte] 1. Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarbij verzoeker wegens "diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren" is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2006:AV4010 · Parket bij de Hoge Raad: Aan het middel kom ik evenwel niet toe, aangezien het cassatieberoep één dag te laat is ingesteld. De bestreden uitspraak is na een behandeling op tegenspraak - namelijk in bijzijn van een door verzoeker gemachtigde raadsman, vgl. HR NJ 2003, 390 - gewezen op 27 december 2004. Derhalve was 10 januari 2005 - een maandag, niet zijnde (gelijkgesteld aan) een algemeen erkende feestdag - de laatste dag voor het instellen van cassatie, vgl. art. 432, eerste lid, aanhef en onder b, Sv. Dit beroep is evenwel op 11 januari 2005 ingesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Griffienr. 00715/05 Mr. Wortel Zitting:28 februari 2006 Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte] 1. Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarbij verzoeker wegens "diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren" is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.

2. Namens verzoeker heeft mr. A. Arslan, advocaat te Zwolle, bij schriftuur één cassatiemiddel voorgesteld, waarin wordt betoogd dat het Hof niet de vrijheid had om, naar aanleiding van een verweer betreffende de geldigheid van de inleidende dagvaarding, een onjuiste datum op een akte van uitreiking als een kennelijke misslag te beschouwen.

3. Zou ik aan bespreking van dat middel toe kunnen komen, dan zou ik opmerken dat niet valt in te zien welke rechtsnorm door die verbeterde lezing is geschonden, terwijl het Hof daarvoor begrijpelijke argumenten heeft genoemd.

4. Aan het middel kom ik evenwel niet toe, aangezien het cassatieberoep één dag te laat is ingesteld. De bestreden uitspraak is na een behandeling op tegenspraak - namelijk in bijzijn van een door verzoeker gemachtigde raadsman, vgl. HR NJ 2003, 390 - gewezen op 27 december 2004. Derhalve was 10 januari 2005 - een maandag, niet zijnde (gelijkgesteld aan) een algemeen erkende feestdag - de laatste dag voor het instellen van cassatie, vgl. art. 432, eerste lid, aanhef en onder b, Sv. Dit beroep is evenwel op 11 januari 2005 ingesteld.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoeker in dit beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,