Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2004:AQ8933 ECLI:NL:PHR:2004:AQ8933 AI generated

ECLI:NL:PHR:2004:AQ8933 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2004:AQ8933
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 00684/04 B Mr Jörg Zitting 31 augustus 2004 Conclusie inzake: [verdachte] 1. De rechtbank te Breda heeft bij beschikking van 30 januari 2004 een bezwaarschrift tegen de onthouding van processtukken deels niet-ontvankelijk, deels gegrond en deels ongegrond verklaard, een en ander als in de beschikking vermeld.

Legislator headnote

AI generated

art. 445 Sv, art. 32 Sv; ECLI:NL:PHR:2004:AQ8933 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 00684/04 B Mr Jörg Zitting 31 augustus 2004 Conclusie inzake: [verdachte] 1. De rechtbank te Breda heeft bij beschikking van 30 januari 2004 een bezwaarschrift tegen de onthouding van processtukken deels niet-ontvankelijk, deels gegrond en deels ongegrond verklaard, een en ander als in de beschikking vermeld.

Keywords

AI generated
art. 445 Sv art. 32 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 445 Sv
Ingevolge art. 445 Sv staat tegen beschikkingen geen hoger beroep of beroep in cassatie open dan in de gevallen bij het Wetboek van Strafvordering bepaald.
art. 32 Sv
Van een dergelijke vordering is in de onderhavige zaak - die betrekking heeft op een door een verdachte ingediend bezwaarschrift als bedoeld in art. 32 Sv - geen sprake.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 00684/04 B Mr Jörg Zitting 31 augustus 2004 Conclusie inzake: [verdachte] 1. De rechtbank te Breda heeft bij beschikking van 30 januari 2004 een bezwaarschrift tegen de onthouding van processtukken deels niet-ontvankelijk, deels gegrond en deels ongegrond verklaard, een en ander als in de beschikking vermeld.

2. Tegen deze beschikking heeft het openbaar ministerie beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

3. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Ingevolge art. 445 Sv staat tegen beschikkingen geen hoger beroep of beroep in cassatie open dan in de gevallen bij het Wetboek van Strafvordering bepaald. Ingevolge art. 446, tweede lid, Sv, gelezen in samenhang met art. 446, eerste lid, Sv, staat - voor zover thans van belang - voor het openbaar ministerie beroep in cassatie open tegen alle beschikkingen van de rechtbank waarbij een krachtens het Wetboek van Strafvordering genomen vordering niet is toegewezen. Van een dergelijke vordering is in de onderhavige zaak - die betrekking heeft op een door een verdachte ingediend bezwaarschrift als bedoeld in art. 32 Sv - geen sprake. Een bijzondere bepaling die hier het OM wel een rechtsmiddel geeft heb ik niet gevonden. De officier van justitie kan daarom niet in het beroep worden ontvangen.

4. Deze conclusie strekt ertoe dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG